submenu

Interview: Restaurant Noï al vier jaar in handen van Thierry Jeandrin - 08/02/2019

’80 % van de producten komt uit Thailand’

Het populaire Thaise restaurant Noï in het hart van Linkebeek heeft sinds kort officieel een nieuwe eigenaar, maar voor de klanten is er niets veranderd. ‘Het concept, de inrichting, het personeel … Alles is bewust bij het oude gebleven.’

Exact dertig jaar geleden opende Olivier Schmidt samen met zijn Thaise echtgenote Nongkran Dokdaeng op het Gemeenteplein het intussen bekende restaurant Noï. Het restaurant, ondergebracht in een voormalige schrijnwerkerij, werd door Schmidt genoemd naar zijn vrouw. In Thailand krijgt iedereen een bijnaam, en de hare was Noï, wat zoveel betekent als ‘fijn’ of ‘klein’. Doorheen de voorbije drie decennia heeft de zaak een heuse reputatie opgebouwd. Het restaurant krijgt al verschillende jaren op rij een vermelding in de Bib Gourmand Benelux in de lijst van beste restaurants waar je voor een schappelijke prijs aan tafel kunt schuiven voor een driegangenmenu. Ook het groene tuinterras werd al meermaals de hemel in geprezen. Aangezien Olivier Schmidt tuinarchitect was, hoeft dat niet te verbazen.

Alles bij het oude

Het is intussen vier jaar geleden dat Schmidt en Noï de zaak hebben overgelaten aan de 55-jarige Thierry Jeandrin uit Waterloo. Eind vorig jaar kocht Thierry zelfs het volledige gebouw over. ‘Olivier, Noï en hun dochter zijn naar Thailand verhuisd. Heel de familie woont daar’, vertelt Thierry. ‘Vier jaar geleden heb ik de stap gezet om het restaurant over te nemen. Opvallend was dat Olivier toen niet meteen een overnemer vond. Iedereen dacht vermoedelijk dat alles in elkaar zou stuiken als Olivier en Noï er niet meer waren. Zij hadden het restaurant immers al 25 jaar in handen. Ik kwam hier regelmatig eten en zag een opportuniteit. Het concept was succesvol, en het restaurant had een goede reputatie. Het eerste wat ik heb gedaan, is samenzitten met het personeel. Om hen duidelijk te maken dat alles bij het oude zou blijven. De recepten, het werk, de openingsuren, het concept, de inrichting … Niets heb ik veranderd. Sommige restaurants komen in moeilijkheden als de eigenaar wegvalt, maar dat was hier niet het geval. De overgang is vlot verlopen. In de beginperiode lag het aantal bezoekers ietwat lager, want sommige klanten vroegen zich af of het nog even goed zou zijn. Ze hebben vastgesteld dat dat zo was, en kwamen terug. Drie middagen per week zijn we open, vaak is het volzet. We werken met een menu voor een scherpe prijs, en dat slaat aan. Ook ‘s avonds is er soms geen enkel tafeltje meer vrij. Het valt op dat we veel trouwe klanten hebben. Eigenlijk komen ze van overal. Natuurlijk zijn er veel mensen uit Linkebeek en uit buurgemeenten zoals Ukkel. Onder ons cliënteel zie je ook veel mensen van Aziatische en zelfs Thaise afkomst. Zij zeggen dat dit de echte Thaise keuken is, en dat is toch een groot compliment.’

Kwalitatieve keuken

Aan de kwaliteit van de keuken hecht Thierry veel belang. ‘Door de kwaliteit van de keuken is Noï groot geworden. Het spreekt voor zich dat we die kwaliteit willen behouden. Onze kip en sommige groenten moeten vers zijn, die kopen we hier. Maar zowat tachtig procent van onze producten, zoals de rijst en de curry, komt uit Thailand. Dat zorgt uiteraard voor meerkosten, maar daar weiger ik van af te stappen. Olivier en Noï gingen zo te werk, en dat zal zo blijven’, legt Thierry uit. ‘Het overgrote deel van het personeel van vroeger is nog altijd in dienst. De chef-kok is overigens de broer van Noï, de keuken blijft dus in de familie. Olivier was vroeger de maître van de zaak, ikzelf heb een minder zichtbare rol. Ik heb nog andere activiteiten, maar kom natuurlijk vaak langs. Het personeel moet weten dat het bij mij terecht kan. Thaise mensen gaan je wel zelden zelf iets vragen. Het is belangrijk om veel met hen te praten en hen vertrouwen te geven om eventuele problemen te detecteren.’

Ondanks het succes is Thierry zich toch bewust van eventuele moeilijkheden. ‘De horecasector heeft het niet gemakkelijk omwille van de hoge loonkosten. Ons personeel werkt vaak ‘s avonds, in het weekend en met opgedeelde shiften. Het is belangrijk dat je hen een goed en correct loon kan aanbieden. Alleen moet ik vaststellen dat voor iedere euro netto die zij krijgen, ik meer dan 2 euro moet uitgeven door allerlei bijdragen aan de overheid. Ik sta volledig achter de witte kassa, maar van hogerhand moeten er wel maatregelen komen. Anders komt de rentabiliteit in het gedrang en kunnen veel zaken niet overleven. ‘

Een tweede zaak

Maar Thierry wil niet aan doemdenken doen, integendeel. ‘Ik denk eraan om een tweede zaak te beginnen, volgens hetzelfde concept als Noï. Maar dat wil ik alleen doen als we daar een even goede keukenploeg kunnen hebben. Via ons personeel hebben we contacten in Thailand, maar heel concreet zijn de plannen nog niet’, zegt Thierry. ‘De enige Noï bevindt zich momenteel in Linkebeek. Vroeger had je in Bierges en Brussel ook zaken met de naam Noï, maar die zijn verplicht van naam moeten veranderen. Noï is immers een beschermd merk. In Bierges was de keuken zelfs niet Thais, dat zorgde voor veel verwarring. Of ik de naam Noï zou laten vallen en de zaak, net zoals Olivier, zou vernoemen naar mijn vrouw? Ik zou wel gek zijn. De naam Noï is overal gekend. Dan vraag ik nog liever de scheiding aan.’ (lacht)

Tekst: Jelle Schepers
Foto: Tine De Wilde

Uit: Sjoenke februari