submenu

Schooldirecteurs in de kijker - 16/09/2019

1 september ligt achter ons. Leerkrachten en leerlingen vinden stilaan hun schoolroutine terug en de directeurs werken hard om alles in goede banen te leiden. Tijd voor een gesprek met Virginie Delaunoy en Erik Chabert. Ontdek wat zij antwoorden op dezelfde vragen.

Virginie Delaunoy (Franstalige GBS Linkebeek)

Als leerkracht heeft Virginie Delaunoy al flink wat jaren op de teller, maar de directeursjob is voor haar nog nieuw. Ze startte net aan haar tweede schooljaar als hoofd van de Franstalige school.

Waarom zette je de stap van leerkracht naar directeur?

‘Ik heb een tiental jaar lesgegeven als regent in het secundair onderwijs in Grimbergen, maar ik woon in Alsemberg. Toen ik de kans kreeg om in de Franstalige school directeur te worden, heb ik die met beide handen gegrepen. Het boeit me om het onderwijs vanuit een andere hoek te beleven. En al na een paar maanden kreeg ik een pak meer respect voor directeurs.’ (lacht)

Welke eigenschappen moet een goede directeur in jouw ogen hebben?

‘Ik denk dat het belangrijk is dat je feeling blijft hebben met het werkveld. Een goede directeur is volgens mij iemand die een goed contact heeft met zijn leerlingen. Ik heb gemerkt dat dat als directeur minder evident is dan als leerkracht. En je moet ook een goede bemiddelaar zijn die voor zo veel mogelijk partijen de kerk in het midden kan houden.’

Wat zijn de sterktes van je school?

‘Wie hier naar school gaat, krijgt een heel goede basis Nederlands mee. En dat is iets waar we als school trots op mogen zijn. De leerlingen van het vijfde en het zesde leerjaar krijgen vanaf dit schooljaar acht uur Nederlands per week van een Nederlandstalige leerkracht. We hebben van de gemeente nu ook budget gekregen om met lesjes Nederlands te starten vanaf de derde kleuterklas. Zo kunnen we onze Franstalige leerlingen nog vroeger onderdompelen in het Nederlands. Ik denk dat dat als Franstalige school in een faciliteitengemeente echt belangrijk is.’

De Franstalige school deelt het gebouw en de speelplaats met de Nederlandstalige school. Hoe verloopt die intensieve samenwerking?

‘We moeten veel rekening houden met elkaar en de situatie is vrij uitzonderlijk als school. Het is vaak een kwestie van geven en nemen en het is natuurlijk niet altijd rozengeur en maneschijn. Maar het respect voor elkaar is groot. Daarmee komen we al heel ver.’

De druk op het onderwijs in de Rand is groot. De taalproblematiek maakt de taak van een schoolteam er niet makkelijker op. Zou je het soms anders willen?

‘Directeur zijn in een school in ‘het verre Limburg’, waar die problematiek wellicht veel minder speelt, zegt me eerlijk gezegd niks. Ik ben zelf Franstalig opgevoed en ben altijd in het Nederlands naar school geweest. Voor mij is dat de gewoonste zaak ter wereld. Binnen onze schoolmuren spelen taalkwesties ook veel minder dan mensen vaak denken. Met andere woorden: ik pas voor de job in Limburg. Geef mij maar Linkebeek.’ (lacht) (TD)

Erik Chabert (Nederlandstalige GBS Linkebeek)

‘Werken met mensen is wat ik het allerliefste doe’, zegt Erik Chabert. Dat deed de Rodenaar in een vorig leven 13 jaar als leerkracht en intussen al vier jaar als directeur van GBS De Schakel.

Waarom zette je de stap van leerkracht naar directeur?

‘Ik ben iemand die gelooft dat als je iets wil veranderen je bij jezelf moet beginnen. Als directeur kun je een grotere invloed hebben op wat er in een school gebeurt en krijg je de kans om samen met je team een pedagogisch project uit te werken. Dat sprak me enorm aan.’

Welke eigenschappen moet een goede directeur in jouw ogen hebben?

‘Als directeur krijg je heel veel mensen over de vloer in je kantoor: leerlingen, ouders, leerkrachten, mensen van de gemeente, de inspectie, noem maar op. Als je al die partijen tevreden weet te houden, mag je jezelf een goede directeur noemen (lacht). Organisatietalent is ook belangrijk. Het is een puzzel om al je taken ingepland te krijgen. Gelukkig kan ik voor het papierwerk rekenen op een secretariaatsmedewerker die letterlijk bergen verzet.’

Wat zijn de sterktes van je school?

‘We zetten heel hard in op de communicatie met leerlingen en ouders en proberen een school te zijn die toegankelijk is voor iedereen. In de lagere school werken we sinds een tijdje met ‘kindcontacten’, waarbij de leerkrachten de tijd nemen om in kleine groepjes met de leerlingen in gesprek te gaan en te peilen naar hun noden. Ook in de kleuterschool werken we zo veel mogelijk op maat van elk individueel kind. Dat vraagt veel inspanningen, maar het loont.’

De Nederlandstalige school deelt het gebouw en de speelplaats met de Franstalige school. Hoe verloopt die intensieve samenwerking?

‘Veel en goede afspraken maken is cruciaal, en dat gaat goed. Er zijn uiteraard weleens wrijvingen omdat we letterlijk zo dicht op elkaar leven, maar zo’n innige band met de Franstalige school heeft ook veel voordelen. De wereld van onze respectievelijke leerlingen wordt er een stuk groter door. We willen de komende jaren graag werk maken van meer gezamenlijke projecten.’

De druk op het onderwijs in de Rand is groot. De taalproblematiek maakt de taak van een schoolteam er niet makkelijker op. Zou je het soms anders willen?

‘Zeker niet. 85 procent van onze leerlingen komt uit een anderstalig gezin. De diversiteit onder onze kinderen is groot. En dat is net waar ik van hou. Linkebeek en bij uitbreiding onze maatschappij is divers en onze school is daar de perfecte afspiegeling van. Onze leerlingen de juiste bagage meegeven om hun weg te vinden in die maatschappij is onze belangrijkste taak. En dat is waarop we ons moeten focussen.’

Tekst: (TD)
Foto: Tine de Wilde
Uit: Sjoenke september 2019