submenu

Oldtimers kijken en testen - 12/09/2019

Oldtimers kijken en testen

Liefhebbers van oldtimers kunnen op zondag 22 september vanaf 11 uur naar Hoeve Holleken afzakken voor de tweede Vintage Day, met een tentoonstelling van oude wagens en motorfietsen. Een van de exposanten is Jean-Paul Bergmans. Hij zal er zijn met zijn NSU 1200c.

Als je jonger bent dan veertig, is de kans groot dat je nog nooit van NSU hebt gehoord. Nochtans was het Duitse automerk in de jaren 60 behoorlijk populair. Het meest iconische model is de Ro80 – het laatste model van NSU. Met een productenarsenaal van brei- machines, grootwielfietsen, fietsen en fietsonderdelen uit het laatste kwart  van de 19e eeuw tot militaire voertuigen, motorfietsen en auto’s kan het merk uit Neckarsulm (in de buurt van Stuttgart) bogen op een rijke geschiedenis. Die eindigde evenwel in mineur.

Het begon nochtans goed voor de Ro80, gelanceerd in 1967. Hij had een voor die tijd vooruitstrevend design en werd bij zijn lancering door internationale autojournalisten verkozen tot ‘auto van het jaar’. Zijn strakke ontwerp was zijn tijd ver vooruit, en ook onder de motorkap schuilde de nieuwste technologie. De wankelmotor bleek echter niet altijd even betrouwbaar, wat de reputatie van het merk geen goed deed. NSU bood vijf jaar garantie op de motoren, maar dat betekende een grote kostenpost voor het bedrijf. Het merk werd overgenomen door Auto Union, de voorloper van Audi. De merknaam verdween uit het straatbeeld, maar niet uit het hart van autoliefhebbers. De eigenzinnige auto’s spreken nog altijd tot de verbeelding.

Tombola

Kennismaken met het merk kan binnenkort, tijdens de oldtimerbeurs  in Linkebeek. Een van de deelnemers  is Jean-Paul Bergmans. Hij is kenner en verzamelaar van NSU. Bergmans groeide op in Linkebeek, maar woont al enkele decennia in Ukkel. ‘Ik heb een tiental NSU’s, waarvan er nu drie effectief kunnen rijden’, begint Jean-Paul. Naast auto’s van NSU heeft hij ook motorfietsen van het Duitse merk. ‘Mijn voorliefde voor NSU is eenvoudig te verklaren:  het was de eerste auto waarmee ik heb gereden. Wij hadden thuis geen auto,  tot mijn vader ergens begin jaren 70  de eerste prijs won met de tombola  van Domus Dei. Die eerste prijs was een auto, een NSU Prinz 4. Vermits niemand bij ons een rijbewijs had, was het Frans Simon die er tot bij ons thuis mee reed. Hij was toen net pastoor van Linkebeek geworden. Met die auto hebben ik, mijn broer en mijn zus leren rijden en hij staat nog altijd in mijn tuinhuis.’

‘Ik ben altijd blijven zoeken naar andere NSU’s. Het merk heeft in zijn naoorlogse periode maar enkele jaren auto’s geproduceerd; het gamma is dus relatief beperkt. De ambitie om er één van elk type te bezitten, spookt bijgevolg door het hoofd van elke NSU-fan. Ook bij mij (lacht). Ik heb het geluk gehad dat ik de eerste auto’s en onderdelen heb kunnen kopen toen ze nog vrij goedkoop waren. In de jaren 70 en 80 werden auto’s meestal opgereden en letterlijk aanzien als oud ijzer. Vandaag liggen de prijzen een pak hoger. Onderdelen zijn steeds moeilijker te vinden, maar zoals dat gaat met hobby’s, maak je het verzamelen zo duur als je zelf wilt.’

Aankopen en verzamelen is één ding, ervoor zorgen dat de voertuigen rijklaar zijn een ander. ‘Ik was geïnteresseerd in die wankelmotor. Ik heb niet echt een mechanica-achtergrond, maar ik wilde weten hoe dat werkt. Ik vind het fijn om daaraan te sleutelen.’

Oude bekenden ontmoeten

Jean-Paul is bestuurslid van de Belgische NSU-club. Hij maakt onder meer het ledenmagazine. De club telt een honderdtal leden. ‘Het aanvankelijke opzet van de club was om ervaringen uit te wisselen, maar ook om onderdelen of auto’s te kopen of te verkopen. Elke drie maanden verschijnt het ledenmagazine. Daarin staan onder meer prijzen van NSU- modellen en -onderdelen, maar ook foto’s en verslagen van happenings.  We organiseren meetings, en we gaan met de club regelmatig naar beurzen  en meetings in binnen- en buitenland.’

In september zal Jean-Paul ook in Linkebeek te zien zijn met een van zijn NSU’s. ‘Waarschijnlijk met de 1200. Urenlange tochten maken met de oldtimers doe ik niet zo graag. Na een uurtje heb ik het meestal gehad. Maar naar een oldtimerbeurs gaan doe ik wel graag. Zeker in Linkebeek zal het fijn zijn, omdat ik heel wat mensen zal ontmoeten die ik ken van vroeger. Drie jaar geleden was ik er ook bij. Toen was ik er met de Ro80. Ik geef graag uitleg over het merk of de motor. Schrik dat de mensen met hun vuile handen aan de auto gaan zitten of iets kapotmaken, heb ik niet. Ook als ik ermee rij, heb ik geen angst voor problemen – zelfs niet als het druk is. Dat is niet anders dan wanneer ik met een gewone auto rijd. Tot nu toe is er nog nooit iets voorgevallen. Hout vasthouden dus.’ (lacht)

Ook met de techniek heeft Jean-Paul – ondanks de slechte reputatie van de motoren – nog geen grote problemen gehad. ‘Ik stond onderweg nog nooit hopeloos langs de kant. In het begin waren die wankelmotoren inderdaad niet optimaal – sommige auto’s hebben drie of vier ruilmotoren moeten krijgen – maar na 10 jaar verdere ontwikkeling bij NSU stond die motor op punt. Als mijn Ro lang heeft stilgestaan, begint  hij wel enorm te roken, maar bon, dat duurt niet lang en vervolgens doet hij wat hij moet doen.’

De collectie uitbreiden zit er voorlopig niet in. ‘Ik heb geen plaats meer’, lacht hij. ‘Ik moet eerst zien dat ik alles wat ik heb aan het rijden krijg. Dat is een opdracht die ambitieus genoeg is.’

Tekst: Wim Troch
Foto: Tine De Wilde
Uit: Sjoenke september 2019