submenu

Huisarts Margo Enhus na 40 jaar met pensioen - 12/11/2019

Meer tijd voor mezelf

In het voorjaar van 1979 kwam Margo Enhus tijdens haar laatste jaar geneeskunde in Linkebeek terecht om stage te lopen in het gezondheidscentrum bij Maurice Theunissen. Aan het einde van de zomer ging ze er vast aan de slag als huisarts.

Veertig jaar later – aan de vooravond van haar pensioen – maakt ze de balans op van haar leven en werk langs de Brouwerijstraat in Linkebeek.

‘Een wijkgezondheidscentrum was veertig jaar geleden een totaal nieuw concept’, start Margo haar verhaal. ‘Een groep van huisartsen, verpleegkundigen, kinesisten, een psycholoog, een diëtiste en onthaalmedewerkers die als één team voor de mensen zorgen, was de filosofie. Wij waren in ons land bij de eersten. In 1985 kozen we ervoor om in samenwerking met het RIZIV een forfaitair betalingssysteem in te voeren, een regeling die tot mijn grote vreugde vandaag nog altijd van toepassing is. Ook op dat vlak deden we pionierswerk. Een dergelijk systeem betekent dat de ziekenfondsen een forfaitair bedrag per patiënt betalen, ongeacht hoe vaak die patiënten op consultatie komen. We dekken daarmee zowel de kosten voor huisartsen, kinesisten als verpleegkundigen. Het is een soort van solidariteitssysteem. Er zijn nu eenmaal mensen die veel zorg nodig hebben en anderen die slechts sporadisch een beroep op ons doen.  We hebben het altijd belangrijk gevonden om de drempel  voor zorg zo laag mogelijk te houden’, zegt ze.

‘In de loop van mijn carrière als huisarts heb ik trouwens ontdekt dat je er niet enkel bent om mensen te genezen, maar ook om ze te begeleiden. Dat was voor mij een belangrijk inzicht. Patiënten begeleiden in de keuzes die ze kunnen of moeten maken, hen voldoende uitleg geven ... Net daarom heeft eindelevensbegeleiding mij altijd na aan het hart gelegen. Want ook dat maakt deel uit van ons werk: ervoor zorgen dat mensen waardig en rustig kunnen sterven.’

Rijkdom

‘Het werken in groep heb ik altijd erg gewaardeerd. Met de kinesisten, verpleegkundigen en dokters verzorgen we dezelfde mensen. Je komt mekaar dagelijks tegen en bent dus continu op de hoogte van de toestand van de patiënten. Je kunt ook al je emoties bij elkaar kwijt en je hebt altijd een team om op terug te vallen. Dat is een rijkdom. Ik denk dat er tegenwoordig nog weinig dokters alleen beginnen. In onze beginjaren waren we  in het gezondheidscentrum met acht, inmiddels zijn we met vierentwintig. Dat is eigenlijk al een kleine onderneming  geworden’, vertelt ze.

‘Onze patiënten komen niet allemaal uit Linkebeek. We hebben bijvoorbeeld ook veel mensen uit Ukkel. Een paar jaar geleden hebben we een nieuwe populatiestudie uitgevoerd. Die heeft bevestigd dat ons publiek de voorbije jaren niet drastisch is gewijzigd. Eigenlijk blijft ons patiëntenbestand al veertig jaar een mooie afspiegeling van de Belgische bevolking. Wat wél veranderd is, is dat patiënten veeleisender en mondiger zijn geworden dan vroeger.’

‘Ook de geneeskunde zelf is enorm geëvolueerd. ‘Ik heb gestudeerd vóór de hightechperiode; ik heb nog leren klinisch nadenken en diagnoses stellen. Volgens mij bestond de scanner zelfs nog niet. Dat is nu heel anders. Die evolutie is uiteraard niet uitsluitend negatief. De geneeskunde heeft grote sprongen gemaakt. Anderzijds zie je dat de menselijke kant steeds vaker verloren gaat, en dat de dokters soms meer met hun computer bezig zijn dan naar de mens zelf te kijken. Ook het papierwerk is de voorbije jaren enorm toegenomen.’

‘Anekdotes uit de voorbije veertig jaar? Dat zijn er te veel om op te noemen’, lacht ze. ‘Als huisarts kom je bij zo veel mensen over de vloer. Als het dan over communautaire kwesties zou gaan, valt mij altijd op hoe weinig de man in de straat daarmee bezig is. Met uitzondering van een paar heethoofden natuurlijk. Door mijn werk heb ik veertig jaar contacten gehad in de twee gemeenschappen. Ik heb de indruk – al is dat natuurlijk een subjectief gevoel – dat de communautaire spanningen wat aan het wegebben zijn. Het lijkt alsof er een verweving komt van de activiteiten. Alles groeit meer naar elkaar toe. Daar krijg ik een warm gevoel van.’

Toerist

Op 1 december gaat Margo officieel met pensioen en daar is  ze helemaal klaar voor. ‘Na veertig jaar in de zorgsector is het goed geweest. Ik heb mijn werk dolgraag gedaan, maar je moet een keer stoppen. Tijdens mijn loopbaan als huisarts heb ik zo veel geluisterd en gesproken, dat ik ’s avonds geen behoefte meer had aan activiteiten. Nu wil ik in de eerste plaats tijd vrijmaken voor mezelf. Voor de rest laat ik het op mij afkomen. Ik zal wel zien wat het pensioen met mij doet. Een van de eerste dingen die ik wil doen, is mij een abonnement aanschaffen voor het openbaar vervoer in Brussel. Gewoon als toerist de tram nemen en mij laten rondrijden. Onderweg afstappen om een kopje koffie te drinken en wat rond te slenteren, heerlijk lijkt me dat. Wat vaker gaan wandelen of fietsen, en weer volop tijd om in de tuin te werken of met de kleinkinderen bezig te zijn. Naar die eenvoudige dingen kijk ik uit.’

‘In Linkebeek heb ik me nooit actief in het verenigingsleven gemengd. Ik heb drie dochters en mijn echtgenoot (theatermaker Pat Van Hemelrijck, red.) was vaak op tournee. In combinatie met een job als huisarts met behoorlijk wat nacht- en weekendwerk, liet dat weinig ruimte om daarbuiten in verenigingen actief te zijn. De kinderen zijn hier naar de basisschool gegaan, wat ik trouwens een fantastische school vind. Daar heb ik in de ouderraad gezeten. En in de Beerselse club waar Pat en de meisjes basketbal speelden, heb ik mij ook geëngageerd. Dat was dus veeleer gelinkt aan de activiteiten van de kinderen.’

Margo woont inmiddels 33 jaar met plezier in Linkebeek. ‘Als je kinderen krijgt die groter worden, besef je pas wat een ideale locatie Linkebeek is. De basisschool lag om de hoek, in de middelbare school gingen ze met de bus naar het atheneum van Ukkel en studeren deden mijn dochters alle drie aan de Vrije Universiteit Brussel. Met de trein vanaf Moensberg sta je daar op een kwartier. Dat is pure luxe, maar daar kom je pas later achter’, lacht ze.

Surrealistisch

‘Weet je wat het gekke is aan Linkebeek? De dorpskern ligt op een goeie 150 meter van Brussel en toch worden we niet opgeslorpt door de stad. Het blijft nog altijd een dorp, dat vind ik uniek. Ik hoop dat ze daar qua stedenbouw rekening mee blijven houden. Als je bij ons aan het werk naast het Peter Pan-beeldje staat en van daaruit naar boven kijkt, waar de dorpskern van Linkebeek ligt, lijkt het alsof je in een Frans dorpje bent beland. Ik vind dat heel romantisch. Ook het Wijnbrondal blijf ik een surrealistische plek vinden. Die majestueuze bomen in het midden van een dorp vind ik bijzonder. Het is hier goed wonen. Ik ben niet van plan om weg te gaan.’

‘Als ik terugkijk op mijn carrière heb ik onderweg een paar opportuniteiten gehad om buiten de groepspraktijk andere dingen te doen. Om praktische en familiale redenen ben ik daar nooit op ingegaan. Met een theaterman die regelmatig op tournee was en drie kinderen in huis moesten er nu eenmaal keuzes gemaakt worden. Maar daar heb ik geen spijt van. Ik ben oprecht gelukkig met de manier waarop mijn leven is gelopen.’

Tekst: Heidi Wauters
Foto: Tine De Wilde
Uit: sjoenke november 2019