submenu

Tania Van der Sanden solo op het podium - 17/02/2020

‘Na de eerste reactie van het publiek krijg ik vleugels’

Actrice Tania Van der Sanden schitterde de voorbije jaren in tv-series als Vaneigens, In de gloria en Het eiland én op het podium met theater Malpertuis. De komende maanden gaat ze alleen de hort op met haar onewomanshow T.A.N.I.A.. Op 12 maart houdt ze halt in Linkebeek.

Met T.A.N.I.A. treed je aardig uit je comfortzone. Hoe is het zo ver kunnen komen?

Tania Van der Sanden: ‘Tijdens soundchecks in het theater grap ik vaak over mezelf in plaats van mijn tekst op te zeggen. Een beetje à la Toon Hermans. Bij Malpertuis zei een regisseur ooit dat een solovoorstelling waar ik de Toon in mezelf kon bovenhalen, wel iets voor mij kon zijn. Ik heb daar op dat moment eens hard mee gelachen. En toen was er twee jaar geleden plots die kans. Ik heb meteen ja gezegd, maar op weg naar huis had ik daar direct spijt van.’

Maar toen was er gelukkig je maatje en acteur-regisseur Frans van der Aa.

Van der Sanden: ‘Hij heeft me over de streep getrokken en in het hele proces ongelofelijk hard gesteund. Het is ook een beetje zijn voorstelling. De tekst is het resultaat van heel lange babbels met hem. Over mijn leven en ook over zijn leven. Ik nam al die gesprekken op en typte ze uit. Al die bladzijden vormen de basis van de voorstelling. Nadien was het nog een kwestie van schrappen, herschrijven en puzzelen. Een behoorlijk intensieve bezigheid, maar Frans en ik zijn best trots op het resultaat.’

Het is je eerste solovoorstelling. Wat doet dat met een mens?

Van der Sanden: ‘Het maakt een mens vooral heel zenuwachtig (lacht). Ik heb in mijn carrière al vaak monologen gespeeld, maar toen stonden er op het podium toch ook anderen: acteurs of muzikanten. Ik heb stukken gespeeld waarbij we met twaalf op de scène stonden. Geloof me, dat was een pak comfortabeler dan dit. Nu sta ik er alleen, met enkel een stoel als decor. Het publiek is mijn tegenspeler. Ik ben altijd bloednerveus als ik aan de voorstelling begin. Maar zodra die eerste interactie met het publiek er is, krijg ik vleugels.’

In T.A.N.I.A. speel je voor het eerst gewoon jezelf.

Van der Sanden: ‘Dat klopt, en ook weer niet. Want dat is de vraag die ik mezelf ook de hele voorstelling stel. Kun je jezelf spelen? En wanneer ben je jezelf? Wat ik vertel, is voor een heel groot stuk autobiografisch en de waarheid over mezelf. Maar tegelijk sta ik op een podium in het theater en mag ik liegen. Ik speel ook niet alleen Tania. Ik zet ook andere personages neer: zuster Fredeswinde van het Sint-Servaascollege, mijn nonkel Warre en tante Lida, en mijn moeder en vader.’

Je hebt er weinig moeite mee om je kwetsbaar op te stellen op een podium. Dat is niet iedereen gegeven.

Van der Sanden: ‘Dat kan ik me inbeelden. Maar alles wat ik vertel, zijn dingen die ik verwerkt heb. Dus kan ik ze delen met anderen. Ik heb mijn beide ouders vroeg verloren. Ik was amper halfweg de twintig toen ik wees werd. Dat hakt er flink in. Dat gemis blijft, ook dertig jaar later. Ook de periode waarin ik verslaafd was aan alcohol, heeft voor een stuk mijn leven bepaald. Ik heb er bewust voor gekozen om dat met de buitenwereld te delen, in de hoop er andere mensen mee te kunnen helpen. En hoop te geven. Daarom zit ook dat verhaal in de voorstelling.’

De lach én de traan.

Van der Sanden: ‘Voilà. Er wordt natuurlijk veel gelachen tijdens de voorstelling. Vaak is het lichtvoetig. Ik vertel bijvoorbeeld over mijn onweerstaanbare drang om tweedehandskleren te kopen. En een handtas jaar na jaar te repareren tot ze echt uit elkaar valt en iedereen om me heen ermee lacht. Maar het is geen comedyshow of stand-upcomedy. Het blijft voor mij theater. Ik hou eigenlijk niet van pure comedy. Het komische moet voor mij altijd hand in hand gaan met het tragische. Er mag gerust wat diepte in een voorstelling zitten, zonder dat het echt zwaar wordt. Ik denk dat ik daar samen met Frans een mooi evenwicht in heb gevonden.’

Je hebt T.A.N.I.A. intussen al een paar keer gespeeld. Hoe zijn de reacties?

Van der Sanden: ‘Ik merk dat mensen het erg appreciëren dat ik zo openhartig ben. Dat had ik pakweg twintig jaar geleden niet gekund. Ik denk dan ook niet dat ik deze voorstelling op mijn veertigste had kunnen maken. Ik ben er nu 57 en ik kan toch al aardig wat terugblikken (lacht). Deze voorstelling mag dan wel anders zijn dan alle andere die ik tot nog toe speelde, wat ik wil bereiken, is telkens hetzelfde: mensen beroeren. Dat is waarom ik op een podium ga staan. Ik wil mijn publiek doen lachen, huilen, schrikken, ontroeren, noem maar op. Hen heel even weg van alles meenemen. Iedereen draagt zijn kruis. Als ik ervoor kan zorgen dat de mensen in de zaal een aantal minuten niet aan hun miserie hebben gedacht, beschouw ik mijn opdracht als geslaagd (lacht).

 

Tekst: Tina Deneyer
Foto: Tine De Wilde
Uit: sjoenke februari 2020

Bekijk ook