submenu

Marc Veldeman over zijn vrijwilligerswerk bij Poverello - 23/03/2020

‘Menselijke veerkracht is sterker dan je denkt’

De ene helft van het jaar woont Marc Veldeman in Linkebeek, de andere helft in Marcialla. Een dorpje in de buurt van Firenze, voor hem de hemel op aarde. Al was het maar omdat hij er zich dicht bij zijn helden uit de Romeinse oudheid voelt.

Wat bracht je naar Firenze?

Marc Veldeman: ‘Sinds 2015 breng ik de zomer en herfst door in Toscane. De voorbije jaren werkte ik er in een jeugdherberg. Sinds kort ben ik er ook gids in een lokaal museum. Een interessante ervaring, want je komt er in contact met mensen van over de hele wereld. Dat ik in Firenze zou belanden, stond in de sterren geschreven. Ik heb al heel lang iets met Italië, meer bepaald met de rijke Italiaanse geschiedenis en de Latijnse taal.’

‘De Romeinse en Griekse cultuur zijn de fundamenten van onze westerse manier van denken.  Als je Latijnse teksten bestudeert, merk je maar al te goed hoe de oorsprong van veel begrippen die we vandaag hanteren zich in de klassieke oudheid bevindt. En tegelijkertijd leren die teksten je dat wij – ondanks ons gemeenschappelijke verleden – zaken vanuit een ander perspectief bekijken.’ Kan je daar een voorbeeld van geven? Veldeman: ‘Neem nu de zin Sunt nobis mitia poma. Wij vertalen die zin nogal snel als Wij hebben zoete appels. Maar eigenlijk staat er Zoete appels zijn er voor ons. Merk je het nuanceverschil?’

Je hebt echt iets met Latijn, niet?

Veldeman: ‘Ik hou heel erg van Latijnse poëzie. Horatius is mijn favoriete dichter. Zijn teksten zijn niet alleen vormelijk mooi, ze bevatten een oneindige bron van wijsheid. Als hij het heeft over het genieten van een late roos in de winter of het drinken van een glas wijn onder de wijnranken, weet je wat hij met zijn bekende carpe diem bedoelt. Dat is niet het losbandige, exuberante genieten. Neen, hij heeft het over in alle eenvoud in het hier en nu leven.’

Marc haalt er een boekje met de titel Tutte le opere – Orazio bij. Hij bladert met liefdevolle aandacht door het boekje.

Van opleiding ben je filosoof. Wat hebben de filosofen uit de oudheid je vooral bijgebracht?

Veldeman: ‘Ik heb ontzettend veel van hen opgestoken. Ze hebben me gevormd. Ze hebben me al op jonge leeftijd doen inzien dat het geluk vaak in eenvoudige dingen schuilt. Om het met een Latijnse quote te zeggen Multa petentibus, desunt multa. Letterlijk vertaald betekent het Aan de veeleisenden ontbreken vele dingen. Vrij vertaald: je hebt echt niet zo heel veel nodig om gelukkig te zijn. Ik moet er vaak aan denken als ik mensen in mijn omgeving zichzelf zie achternahollen. In de ban van allerlei oppervlakkig kortstondig geluk, vergeten ze te leven. En vergeten ze dat de tijd nooit terugkeert.’

Welke hedendaagse filosoof maakt een sterke indruk op je?

Veldeman: ‘In de krant lees ik regelmatig de columns van filosofen zoals Tinneke Beekman en Ignaas Devisch. Positief vind ik dat ze de link met de samenleving van vandaag maken. Maar eerlijk gezegd, ik lees liever klassiekers uit de literatuur dan hedendaagse filosofische werken. Nog niet zo lang geleden las ik Grapes of wrath van John Steinbeck. En dan krijg ik nog maar eens de bevestiging dat er niet zo veel veranderd is. 90 jaar geleden tijdens de Grote Depressie waren er duizenden Amerikanen die van staat tot staat trokken, op zoek naar een beter bestaan. Vandaag doen veel Mexicanen hetzelfde. Mensen die om te overleven betere oorden opzoeken, dat is van alle tijden.’

Je werkt meerdere dagen per week als vrijwilliger bij  Poverello. Hoe ervaar je die confrontatie met de harde  kant van onze samenleving?

Veldeman: ‘Ik kom er al als vrijwilliger sinds ik 19 jaar was. En ik doe het nog altijd graag. Het maakt me een rijker mens. Ik zie er hoe de torenhoge huurprijzen steeds meer mensen in de armoede doen belanden. Maar ik zie ook dat mensen die in het diepste dal terechtgekomen zijn, vaak de moed vinden om te blijven doorgaan. De menselijke veerkracht is sterker dan je denkt.’

‘Als ik in België ben, ga ik drie keer per week naar Poverello. Ik voel me er thuis. De mensen die je daar ontmoet, hoeven geen schone schijn meer op te houden. Als je daar hulp komt zoeken, is het geen geheim meer dat je aan de zelfkant van de maatschappij staat. Waarom zou je je dan nog achter een masker verbergen? De gesprekken die ik er met de mensen heb, zijn ontdaan van uiterlijke schijn. Meestal gaan ze over veel fundamentelere dingen dan het materiële.’

Je hebt hier veel posters met afbeeldingen van schilderijen uit de renaissance hangen.

Veldeman: ‘Ik ben gefascineerd door de schilders uit de renaissance. In hun werken zie je heel duidelijk hoe zij de klassieke oudheid een nieuwe spirituele dimensie gaven. Zoals in dat werk van Fra Angelico dat daar boven de schouw hangt. Het heet ‘de annunciatie’. Het toont een decor uit de klassieke oudheid waar een engel aan een madonna komt aankondigen dat ze zwanger is. Dat die kunstenaars opnieuw naar de wortels van hun cultuur terugkeerden, maar er tegelijkertijd een eigentijdse touch aan gaven, fascineert me.’

Er hangen hier heel wat posters met als thema ‘een madonna en een kind’. Een thema dat je dierbaar is?

Veldeman: ‘Het is inderdaad geen toeval. Ik heb wel iets met afbeeldingen van een moederfiguur met een kind.’

Doet het je denken aan je moeder?

Veldeman: ‘Onbewust wel. Mijn moeder is in 2001 aan kanker gestorven. Ik had een hechte band met haar. De laatste drie maanden heb ik samen met haar doorgebracht en heb ik voor haar gezorgd. Het was een intense, maar ook mooie periode. Tijdens de laatste weken van haar leven kreeg ik een verkoudheid die erger werd en tot een bronchitis evolueerde. Je had moeten zien hoe bezorgd ze toen was. Zelfs in haar precaire toestand, bleef ze heel bekommerd om mij. Het typeert wat voor vrouw ze was. Ik vond en vind dat nog steeds heel aandoenlijk.’

Helpt filosofie je om de pijn van het afscheid te verzachten?

Veldeman: ‘Ik denk dat de stoïcijnen zoals Epictetus en Marcus Aurelius me vooral bijgebracht hebben om de dramatische ervaringen in je leven met gelijkmoedigheid te benaderen. Je wil je niet laten meeslepen door al te heftige gevoelens. Als je daarin slaagt, kan je je innerlijke rust bewaren en met een heldere blik naar jezelf en de wereld om je heen blijven kijken.’

‘Een gouden regel is te aanvaarden dat je bepaalde zaken niet kan veranderen. De dood is nu eenmaal verbonden aan het leven. Ze leert ons alvast één ding: schuif zaken nooit op de lange baan. Morgen kan het te laat zijn. Pluk daarom vandaag de dag.’

 

Tekst: Nathalie Dirix
Foto: © Tine De Wilde
Uit: sjoenke maart 2020