submenu

Mensen uit Linkebeek - 23/03/2020

Fotoreeks Kleurrijk Linkebeek

Als Linkebeek in de nationale pers opduikt, gaat het vaak over communautaire spanningen of niet-benoemde burgemeesters. Inwoonster Patricia Grobben wilde dat zwart-witbeeld graag weerleggen.

Voor haar opleiding fotografie aan CVO Brussel campus COOVI ging ze in Linkebeek op zoek naar de meest kleurrijke voorgevels. Ze ontdekte dat er achter die gekleurde gevels stuk voor stuk boeiende mensen wonen.

Morgane Mangin ‘Iedereen helpt elkaar uit de nood’

Het gezin van Morgane Mangin woont nu zes jaar in Linkebeek. ‘Ik ben afkomstig van het noorden van Brussel, mijn man Nicolas uit Ukkel. Eigenlijk waren we op zoek naar een appartement met terras in het hartje van Brussel, want ik wilde in het stadscentrum wonen. Maar die zoektocht viel niet mee. Mijn man droomde al lang van een eigen stek in Linkebeek. Voor inwoners van Ukkel is dat de heilige graal: vlak bij Brussel maar toch net buiten de stad, in het groen … Hij koesterde goede herinneringen aan Linkebeek. Als kind kwam hij hier al spelen.’

 ‘Het huis was ook bijzonder. Niet alleen de buitengevel was oranje geverfd, ook de hele binnenkant had dezelfde opvallende kleur, van de vloeren tot het plafond. Het was een echte ruïne toen we het kochten. Er stond één mazoutkachel om het hele huis te verwarmen en op de bovenverdieping was welgeteld één stopcontact. Toen we het huis de eerste keer bezochten, was ik vooral overweldigd door al het renovatiewerk dat nodig zou zijn. Mijn man was dolenthousiast, omdat het huis in Linkebeek lag’, herinnert ze zich.

‘Toen mijn ouders het huis voor het eerst kwamen bekijken, was er een wijkfeest aan de gang. Ik herinner me dat ze niet meteen onder de indruk waren van de woning, maar dat ze de buren wel heel sympathiek vonden. En dat klopt. Het contact met de buren is ongelooflijk goed. Iedereen helpt elkaar uit de nood. Het stelt me gerust dat onze kinderen in zo’n warme buurt gaan opgroeien.’

Zowel Morgane als haar man Nicolas staan in het onderwijs.  ‘Ik geef les in Namen, mijn man in Ukkel in de Decroly-school. Ik kan elke dag met de trein naar het werk en maak mijn voorbereidingen terwijl ik onderweg ben. Onze oudste zoon Oscar zit op de school waar mijn echtgenoot lesgeeft, de jongste gaat naar het kinderdagverblijf Hollypop hier  verderop in de straat. Ook dat is een pluspunt.’

‘Een andere troef van Linkebeek is dat je nauwelijks enkele kilometers van Brussel verwijderd bent, maar toch rustig woont, zonder de problemen van een grootstad. Ik heb hier een dorpsgevoel: de buren kennen elkaar nog, ik doe mijn boodschappen in het kruidenierswinkeltje dat op wandelafstand ligt. De vraag is natuurlijk hoe lang je dat dorpsgevoel in stand kunt houden, maar wij genieten ervan zolang het duurt.’

En de communautaire problemen? ‘Die worden volgens mij enorm opgeklopt in de pers’, zegt Morgane resoluut. In onze buurt leeft dat absoluut niet. Het klopt dat er veel Franstaligen in Linkebeek wonen, maar we leven hier vreedzaam samen. Als de verkiezingen naderen, is heel dat communautaire circus plots weer een heet hangijzer, maar voor de rest is Linkebeek echt een Troetelbeertjesland. Waarmee ik niet wil ontkennen dat sommige dingen beter kunnen, maar dat geldt voor elk dorp en elke stad.’

Pierre Fouquet-Buquet ‘Hier wil ik oud worden’

Pierre Fouquet-Buquet woont al 35 jaar in een huis met een blauwe voorgevel langs de Hollebeekstraat. ‘Voordien heb ik lange tijd in Ukkel gewoond. Tot ik een meisje uit Linkebeek leerde kennen’, glimlacht hij. ‘Dankzij haar heb ik dit charmante dorp ontdekt. Ik vind het  hier heel aangenaam wonen. De mensen zijn vriendelijk en iedereen komt goed overeen. Van taalperikelen heb ik in het dagelijkse leven geen last. Volgens mij blijft dat beperkt tot een handvol fanatiekelingen.’

Pierre kocht de woning in 1984. ‘Eigenlijk was ik niet meteen van plan om een huis te kopen. Ik wilde liever een klein huisje huren. Het was de vader van mijn ex-vrouw die me toen aanraadde om toch een woning te kopen in plaats van elke maand huur te betalen. Achteraf gezien ben ik blij dat ik zijn raad heb gevolgd’, vertelt hij.

Helemaal in het begin was de voorgevel wit geschilderd, maar Pierre hield meer van blauw. ‘Toen ik met het schilderwerk begon, dacht ik: Waar ben ik aan begonnen? Dat blauw op de verfpot zag er anders uit dan het eindresultaat op de voorgevel. Ik was bang dat de gemeente zou klagen over de kleur, maar ze vonden het duidelijk geen probleem’, zegt hij met de glimlach.

Over de sterke kanten van de gemeente hoeft hij niet lang na te denken. ‘Ik hou van de groene omgeving. Het Schaveyspark ligt vlakbij. Je kan hier mooie wandelingen maken. Ik ga regelmatig naar het gemeente- plein om mijn boodschappen te doen. Daar vind je alles wat je nodig hebt. Hierboven langs de Hollebeekstraat missen we wel een paar winkels. Er is een café en een nieuwe kruidenierszaak, maar voor de rest heb je een auto nodig om je te verplaatsen.’

Toen Pierre begon te werken, zat hij vijf jaar in de carrosseriesector. ‘Daarna was ik 40 jaar vrachtwagenchauffeur op internationale transporten. Ik reed door heel Europa. Meestal was ik een week van huis. Ik vertrok op zondagavond of maandagochtend en was op vrijdag of zaterdag weer thuis. In de loop der jaren heb ik het beroep van vrachtwagenchauffeur zien veranderen. In het begin waren er niet zo veel controles of snelheidsbeperkingen. Er stonden ook quasi nergens flitspalen of politieagenten. De vrijheid was veel groter. Naar het einde toe werd alles veel strikter. Ik heb 40 jaar met plezier met de vrachtwagen gereden, maar op het einde was het genoeg. Nu ik met pensioen ben, kan ik genieten van de rust. Als ik ’s morgens rond 7.15 uur wakker word, denk ik nog wel eens Ah, dat was het uur waarop ik vroeger opstond. Maar dan draai ik me nog eens om in bed’, lacht hij.

‘Het mooiste plekje waar ik al geweest ben? Als ik eerlijk ben, is dat mijn huis in Linkebeek. Hier voel ik me op mijn gemak. Als mijn gezondheid het toelaat, wil ik hier oud worden. Nochtans heb ik als vrachtwagenchauffeur een behoorlijk stuk van de wereld gezien. Ik was altijd blij als ik mocht vertrekken, maar zeker zo gelukkig als ik terugreed naar huis.’

 

Tekst: Heidi Wauters 
Foto: © Patricia Grobben
Uit: sjoenke maart 2020