submenu

Herman De Witte over zijn jeugd - 11/06/2020

Met de Lambretta-scooter door Linkebeek

Herman De Witte, telg van de bekende bakkersfamilie Moorkens, trok meer dan dertig jaar geleden weg uit Linkebeek. Nu komt hij er nog zelden. Maar Herman denkt wel met weemoed terug aan zijn jaren als ‘mod’, toen hij met een flinke dosis attitude op de scooter door de Linkebeekse straten scheurde.

Herman De Witte (56) is de  zoon van bakkerskoppel Josée Moorkens en André De Witte, die jarenlang de bekende bakkerij op  het Gemeenteplein in Linkebeek hadden. Maar hoewel hij opgroeide tussen de taarten, de pistolets en de broden, kreeg de bakkersmicrobe hem niet te pakken. ‘Integendeel eigenlijk’, lacht Herman. 

‘Ik heb heel mijn jonge leven gezien  hoe verschrikkelijk hard mijn ouders moesten werken. De uren die ze klopten, leken eindeloos. Ik wist al snel dat ik niet in hun voetsporen zou treden.  Mijn ouders leefden om te werken.  Zo zit ik niet in elkaar. Toen ik op mijn achttiende eindelijk mocht uitgaan, moest ik om 1 uur thuis zijn. Ik kwam dan elke keer mijn vader tegen die al aan het werk was. Een goeie vier uur later moest ik zelf opstaan om mee te helpen. Dat was vaak heel hard …’

Mod-beweging

‘Toen ik kind was, speelde een groot deel van mijn leven zich af in en rond de bakkerij. Mijn wereld was vrij klein. Mijn hobby was mijn uitlaatklep’, vertelt Herman. ‘Vanaf mijn negende ben ik beginnen te voetballen in Linkebeek. Tien jaar later stak een blessure daar een stokje voor en ben ik begonnen met volley- bal. Jarenlang heb ik bij LIVOC gespeeld. Daar heb ik prachtige herinneringen aan overgehouden.’ Maar misschien nog meer memorabel waren Hermans jaren als ‘mod’. ‘De ‘mod’-beweging waaide in de jaren 80 over uit Engeland’, legt Herman uit. ‘Lambretta-scooters waren het typische vervoermiddel van de mods en een parka met lange slip het favoriete kledingstuk. Ik wilde op mijn negentiende koste wat het kost een scooter, maar dat mocht niet van thuis. De drang om een mod te zijn was blijkbaar erg groot, want ik kocht achter de rug van mijn ouders toch een Lambretta en stalde die aan het Gildenhuis bij mijn vriend Patrick Boon’, lacht Herman. ‘In het weekend verzamelden we met een aantal andere mods uit Linkebeek en Beersel in jeugdhuis de Moesjebaaz. Van daar uit reden we in groep naar fuiven in de buurt. Ooit zijn we met een paar mods zelfs naar Engeland gereisd op onze Lambretta’s. Een onvergetelijke trip.’

Passie voor techniek

‘Techniek is altijd mijn ding geweest’, zegt Herman. ‘Ik studeerde bouwkunde en ging op mijn negentiende aan de slag als technisch tekenaar. Toen de eerste computers kwamen, leek me dat iets heel interessants.’ Herman leerde in zijn eentje hoe die dingen in elkaar zaten en schoolde zich om tot selfmade informaticus. ‘Sindsdien doe ik softwaresupport voor bedrijven. Charles Michel was een tijdje geleden nog een klant toen hij premier was. Maar toen zijn pc vastliep, was het iemand van zijn kabinet die contact opnam. Hem heb ik jammer genoeg nooit ontmoet’, lacht Herman. Zijn passie voor techniek bracht Herman er een aantal jaar geleden ook toe om zich een oldtimer aan te schaffen. ‘Een prachtige Volvo P1800’, vertelt Herman. ‘Ik heb die gekocht nadat mijn vrouw Chris in 2016 is overleden. De auto dateert van 1967, haar geboortejaar.  16 jaar na de eerste keer werd Chris opnieuw getroffen door borstkanker. Drie jaar later is ze gestorven. Chris was een heel sociale madam. Dankzij haar ben ik dat ook wat meer geworden. Ik was vroeger meer een eenzaat.’

Naar Lennik

Een drietal jaar geleden kwam de liefde opnieuw op Hermans pad. ‘Via de Gooikse volleybalclub van mijn dochter heb ik mijn nieuwe vriendin leren kennen. We hadden plannen om binnen een paar maanden te gaan samenwonen in haar huis in Lennik, maar door de coronacrisis zijn die plannen versneld uitgevoerd. Ik heb het me nog niet beklaagd’, lacht Herman. ‘Ik woon hier nu bij mijn vriendin samen met mijn jongste dochter, en zij is goed bevriend met de dochter van mijn vriendin. Mijn vriendin heeft net als ik haar partner een paar jaar geleden verloren. Dat heeft ons allebei getekend, maar het schept ook een band. Door wat we hebben meegemaakt, hechten we veel meer dan vroeger waarde aan kleine dingen. We trekken er vaak samen op uit in de natuur, maken lange wandelingen. Als ik die kan afsluiten met een goeie trappist, heb ik een perfecte dag beleefd. Sinds een jaar ben ik ook opa. Mijn kleindochter Polly is mijn hartendief. Elke twee weken is ze hier op woensdag. Zo’n kleintje de wereld zien en helpen ontdekken, is zalig. Ik hoop dat ik samen met haar nog een pak prachtige momenten mag beleven.’

 

Tekst: Tina Deneyer
Foto: © Tine De Wilde
Uit: sjoenke juni 2020