submenu

Anne Tackoen en Marie Ronsse - 14/09/2020

‘In alle rust samenleven’

Bovenaan in de Hollebeekstraat – niet ver van de grens met Sint-Genesius-Rode – wonen overbuurvrouwen Anne Tackoen en Marie Ronsse. Twee warme, geëngageerde vrouwen die Linkebeek voor geen geld van de wereld nog willen verlaten.

Anne verhuisde in 1973 naar Linkebeek toen ze trouwde. ‘We hebben op verschillende plaatsen in de gemeente gewoond en trokken zelfs een jaar naar Qatar voor het werk van mijn man. Later kochten we het huis hier in de Hollebeekstraat. Twee jaar nadien is mijn echtgenoot helaas overleden. Sinds mijn twee kinderen het huis uit zijn, woon ik hier alleen. Gelukkig zijn er ondertussen ook vier kleinkinderen bij. Zij zijn tussen acht en achttien jaar oud.’

Marie woont ongeveer 50 jaar in Linkebeek. Destijds droomde ze ervan om in een leefgemeenschap samen te wonen met anderen. ‘In Linkebeek had ik zo’n plek gevonden langs het Bospad. Ik vond dat een verrijkende manier van leven, omdat  je met veel mensen in aanraking komt. Regelmatig hadden we buitenlanders op bezoek die enkele dagen bleven en dan weer doorreisden. Toch waren er Linkebekenaren die dat maar niks vonden, zo’n alternatieve vorm van samenleven. Maar we waren jong en hadden niet veel geld toen we het ouderlijke huis verlieten. Dat speelde ook een rol in mijn keuze. Uiteindelijk heb ik me hier in de Hollebeekstraat gesetteld met mijn man. Later kwamen er ook twee dochters bij.’

Het huis van Marie veranderde in de loop der jaren een aantal keer van kleur. ‘Eerst waren het grijze blokken, die vond ik helemaal niet mooi. Vervolgens hebben we er een crèmekleurige pleisterlaag overheen gezet. Daarna hebben we het huis groen geverfd. Mijn man vond dat mooi’, lacht ze. ‘Achteraf gezien ben ik er ook fan van. Het is een discrete kleur die opgaat in  de landelijke omgeving.’

‘Mijn huis was eerst gewoon wit, maar nu is het al meer dan 16 jaar geel’, vult Anne aan. ‘Al moet ik eerlijk toegeven dat ik het geel een beetje beu begin te worden. Het huis moet dringend opnieuw geschilderd worden, want de muren zijn  niet meer zo proper. Ik denk dat ik opnieuw voor wit kies.’

Daklozen

Anne is actief in tal van verenigingen. ‘Ik ben gelovig. Via de parochie kwam ik met een aantal verenigingen in contact, en via de kinderen ook natuurlijk. Ze gingen hier naar de jeugd- beweging en zaten in de hockeyclub van Linkebeek. Zo leer je heel wat mensen kennen. Ik ben betrokken bij de Ludotheek van Linkebeek, waar je spelletjes en speelgoed kunt lenen. Daarnaast ben ik actief in Opération Thermos. Van oktober  tot april maken we één zondag per maand een warme maaltijd klaar voor 150 daklozen. We krijgen geen subsidies en zijn volledig afhankelijk van giften. Gelukkig mogen we de keuken van de scoutslokalen in Linkebeek gebruiken. 

Wekelijks gaan we in enkele supermarkten de onverkochte overschotten halen, die we in de diepvries stoppen. De MIVB stelt ons een gratis bus ter beschikking, waarmee we één keer per maand naar het metrostation Kruidtuin rijden om daar de maaltijden uit te delen. Daarnaast smeren we boterhammen die de daklozen de volgende dag kunnen opeten. Dat is een hele onderneming.’

Anne zingt als Franstalige ook al twintig jaar in het Nederlandstalige Sint-Ceciliakoor. ‘In december 1999 wilden de priesters een tweetalige mis brengen om de overgang naar het jaar 2000 extra in de verf te zetten. Eric Kirsch, de dirigent van het Nederlandstalige koor, nodigde de Franstaligen uit om mee te komen zingen. Ik heb altijd gezongen, dus het leek me wel tof om mee te gaan repeteren. Omdat ik al zo lang in Linkebeek woonde, kende ik er ook een aantal mensen. Na de mis was er een drink, waarop Eric zei dat alle Franstaligen die zich bij het koor wilden aansluiten, zeker welkom waren. Ik ben als enige gebleven’, lacht ze.

Geen plaats voor politiek

‘Voor mij was het ook een manier om kennis te maken met de ‘andere cultuur’ in onze faciliteitengemeente’, gaat Anne verder. ‘Zet dat maar tussen aanhalingstekens, want van dat communautaire gekibbel hebben wij als inwoner eigenlijk weinig last. Onze dirigent heeft altijd gezegd dat het koor geen plek is om aan politiek te doen. Dat vind ik een fijne

gedachte. We willen niets liever dan in alle rust samenleven.’ Dat beaamt ook Marie: ‘Ik heb altijd in Ukkel gewerkt, in een zuiver Franstalige omgeving. Bovendien was er toen nog geen uitgebreid aanbod aan Nederlandse lessen, zoals dat vandaag wel het geval is. Bijgevolg is mijn kennis van het Nederlands vrij beperkt, maar toch heb ook ik nooit problemen gehad in de buurt.’

Marie is actief in het Repair Café, dat één zondagnamiddag per maand plaatsvindt in de Moelie. ‘Daar worden dingen gerepareerd die je anders zou weggooien. Dat gaat van kleding en juwelen tot computers, fietsen en elektrische apparaten. Het is er altijd heel gezellig. Er is ook een gratiferia, waar mensen spullen kunnen achterlaten die ze gratis weggeven. Wie wil, mag daar dan iets komen oppikken.’

Als ik pols naar de sterke kanten van Linkebeek, hoeven ze niet lang na te denken. ‘Het is een bruisende gemeente’, zeggen ze allebei. ‘Door corona gaan veel evenementen niet door, maar in normale omstandigheden wordt hier veel georganiseerd, zowel door de gemeente als door de talrijke verenigingen. Er zijn tentoonstellingen,  rommelmarkten, uitstappen, culturele activiteiten … Linkebeek is een gemeente met heel wat prachtige hoekjes en vergezichten. Of we hier ooit nog weggaan? Geen haar op ons hoofd  dat daaraan denkt.’

 

 

Tekst: Heidi Wauters
Foto: © Patricia Grobben
Uit: Sjoenke september 2020