submenu

Sébastien Lemaire leidt het ensemble A Più Voci - 15/09/2021

‘Oude muziek is ook hedendaags’

Vier mannenstemmen die met de tijd zo in elkaar vervlochten raakten dat ze als een ‘sound from heaven’ zijn gaan klinken? Welkom bij A Più Voci. Een ensemble dat vanop aarde, onder leiding van Sébastien Lemaire, klanken voor de eeuwigheid produceert.

Wat betekent A Più Voci?

Sébastien Lemaire: ‘Met meerdere stemmen. Ik ontdekte de naam in een miniatuurboekje in een franciscaanse bibliotheek in Corsica. Ik was er om research te doen over de falsobordone uit de 17e eeuw. Een muziekgenre waarvan ik al vele jaren helemaal weg ben. Het is die passie die me ertoe bracht om in de jaren 90, samen met een twintigtal zangers en zangeressen, A Più Voci op te richten. In 2013 werd het ensemble volgens een kleinere en traditionele formule hervormd. Dat deed ik samen met Ronan Le Poupon, Pierre Lateur en Raphaël Prono. Alle vier hebben we ons hart verloren aan de meerstemmige gezangen die zangers uit Corsica en Sardinië ons nagelaten hebben.’

Wanneer is jouw liefde voor muziek ontstaan?

Lemaire: ‘Die was er al op jonge leeftijd. Ook mijn moeder was dol op zingen. Zelf heb ik nog deel uitgemaakt van het koor van het Collège Saint Pierre in Ukkel. We hebben zelfs in de Sixtijnse Kapel van het Vaticaan gezongen. Om maar te zeggen: muziek is altijd heel sterk aanwezig geweest in mijn leven. Het moment dat heel bepalend is geweest, is toen ik op de radio middeleeuwse muziek van Marcel Péres en van de zangers van Rusiu hoorde. De zuivere klanken deden iets met mij.’

En vanwaar komt die uitgesproken liefde voor de falsobordone?

Lemaire: ‘Het is muziek die ons alle vier raakt. Ze maakt iets in ons innerlijke los. Hoe dat komt, valt moeilijk te beschrijven. Maar als we die muziek zingen, voelt het haast alsof we samen één persoon zijn. Met de jaren zijn onze stemmen zo met elkaar verweven geraakt dat ze een eenheid vormen. Mocht één van ons niet meer kunnen zingen, weet ik niet of A Più Voci verder zou kunnen blijven bestaan. We zouden ons moeten heruitvinden.’

Hoe slagen jullie erin om tot die zuivere, harmonieuze klanken te komen?

Lemaire: ‘Wat zeker helpt, zijn de korte, heldere teksten. De muziek is zo gecomponeerd dat geen enkele stem de andere domineert. Het maakt de melodie nog sterker en creëert een extra dimensie. Het knappe is dat de dissonantie van onze stemmen zich opheft en getransformeerd wordt naar iets dat een gevoel van diepte oproept. Het is een proces dat tijd vraagt. Bij een nieuw gezang duurt het op zijn minst een jaar vooraleer het klinkt zoals we dat willen. Als we er tijdens het zingen in slagen om onszelf te overstijgen, weten we dat onze opzet geslaagd is.’

Hoe vaak repeteren jullie?

Lemaire: ‘Voor corona toesloeg bijna elke week. Maar door de lockdown konden we meerdere maanden niet samenkomen. Gelukkig was onze cd net één week voor de eerste lockdown opgenomen. De eerste keer dat we opnieuw samen repeteerden, deden we dat in een grote ruimte. Op afstand van elkaar en met mondmaskers aan. Wat een verschil met vroeger. Ik was wat bezorgd dat we onze muzikale reflexen verloren zouden hebben. Niets was minder waar. In een mum van tijd waren we opnieuw op elkaar ingespeeld.      

De muziek die jullie brengen, heeft een rustgevend effect. Hoe komt dat denk je?

Lemaire: ‘Het heeft te maken met de ademhaling van de zangers die voelbaar is. Je hebt immers stilte nodig om muziek te maken. Dat is even belangrijk als klanken om een melodie tot stand te laten komen. En dan heb je natuurlijk nog de eenvoud van de teksten en de juistheid van de klanken. De combinatie van dat alles maakt dat je een uitgebalanceerd geheel krijgt. Uit die harmonie ontstaat er rust.’

Van welke hedendaagse muziek hou je?

Lemaire: ‘Voor mij is oude muziek ook hedendaags. Je kan bij manier van spreken geen hedendaagser repertoire dan dat van Bach hebben. (lacht) Omdat die muziek telkens een nieuwe interpretatie krijgt, blijft ze verder leven. Als wij die eeuwenoude liederen zingen, doen we dat hic et nunc. Maar goed, als we het hebben over songs die recent geschreven werden, dan staan Arvo Pärt, Georges Brassens, Arno en Clara Luciani zeker op mijn favorietenlijstje.’

Op jullie cd zingen jullie in het Latijn. Was dat wennen?

Lemaire: ‘Neen, toch niet. Voor Franstaligen staat Latijn niet zo ver weg van hun moedertaal. Trouwens, we zingen Latijn op zijn Italiaans. En de Italiaanse taal, dat is al muziek op zich. (lacht) Latijn kan trouwens best een mysterieuze indruk maken. Zeker als je de taal niet begrijpt.’

Jullie hebben al meerdere keren in de kerk van Linkebeek gezongen. Wat doet dat met jullie?

Lemaire: ‘Het is een prachtige locatie met een zeer mooie akoestiek. Er optreden is een bijzondere ervaring. Des te meer omdat we een band met Linkebeek hebben. Zelf heb ik hier altijd gewoond. Linkebeek heeft prachtige plekjes. Dat je hier allerlei talen hoort, bevalt me zeer. Het is pure polyfonie.’

Wat hoop je dat jullie muziek bij de luisteraars zal overbrengen?

Lemaire: ‘Onze westerse samenleving bevindt zich op een keerpunt. Ik zou haast durven te zeggen op het einde van het patriarchale tijdperk. Ondertussen is het algemeen geweten dat er ook binnen de Kerk allerlei misbruiken plaatsvonden. Maar ik durf te hopen dat onze luisteraars dat zullen loskoppelen van onze spirituele gezangen.’

‘De titel van onze cd is 1630. Niet toevallig de postcode van onze gemeente. Dat jaartal staat ook symbool voor de bloeiperiode van de falsobordone. Rond 1630 werd Noord-Italië bovendien door de pest geteisterd. We zijn nu haast vier eeuwen verder, en de mensheid kampt nog steeds met het noodlot. We hebben als mens weliswaar geen vleugels om daaraan te ontsnappen, maar we kunnen wel zingen. En dat zingen kan ons ook vandaag nog steeds vleugels geven om met de moeilijke kant van het leven om te gaan.’

Tekst: Nathalie Dirix
Foto: © Tine De Wilde
Uit: sjoenke september 2021