Gemeenschapskrant

Burenbemiddelaar Carlo Otten - Ik ben altijd al een verzoener geweest’

13/06/22

Al vijf jaar probeert Carlo Otten als burenbemiddelaar om buren die in onmin leven weer met elkaar te verzoenen. In veel gevallen lukt hem dat ook. ‘Mijn moeder heeft me vroeger meermaals gezegd dat ik vrederechter had moeten worden.’

Préférez-vous recevoir cette info dans une autre langue?

Cette page est aussi disponible en: nl

Tine De Wilde

Beter een goede buur dan een verre vriend, zo luidt het aloude gezegde. Als burenbemiddelaar in Linkebeek en omstreken weet Carlo Otten (72) echter dat er bij buren soms wel eens een flinke haar in de boter kan zitten. Het is dan aan Carlo om te proberen de plooien glad te strijken. ‘Toch is het niet aan de bemiddelaar om het conflict op te lossen’, benadrukt hij. ‘Wij zijn er om het gesprek tot stand te brengen waarbij de buren samen naar een oplossing zoeken. Onze taak bestaat erin om raakpunten te vinden, hoe diep het water tussen beide partijen soms ook lijkt te zijn. Hoe dat moet, leerde ik onder meer tijdens een zes dagen durende opleiding van de provincie Vlaams-Brabant. Via het Brussels Volkstejoêter, waar ik jaren bij speelde, ken ik iemand die de dienst burenbemiddeling van de provincie mee coördineert. Toen hij mij er een vijftal jaar geleden over vertelde, wist ik meteen dat het iets voor mij was. Ik ben altijd al een verzoener geweest, dat zit in mijn genen. Ik kan niet tegen ruzie. Ik ben een gelukkig iemand en ik wil dat anderen dat ook zijn. Als er binnen een vriendengroep wat spanningen zijn, ben ik vaak diegene die ze probeert weg te nemen. Ieder zijn talent, hé. Toen mijn vrouw en ik nog een bloemenwinkel hadden, kwamen mensen altijd bij ons om over hun problemen te praten. Ruzie in de familie is er nooit geweest. Mijn moeder heeft me vroeger meer dan eens gezegd dat ik een goede vrederechter zou zijn. Ik heb daar toen nooit bij stilgestaan. Nu ik burenbemiddelaar ben, denk ik daar vaak aan terug.’

Ter plaatse gaan

Bij een bemiddelingspoging komt best wat kijken. ‘Eerst gaan we langs bij de bewoner die de bemiddeling heeft aangevraagd. Het is belangrijk om ter plaatse te gaan, want zo krijg je zicht op de situatie. Als het conflict gaat over een overhangende boom, dan is het interessant om die boom al eens gezien te hebben. Na het gesprek met de eerste buur gaan we langs bij de andere buur. Aan die persoon leggen we eerst uit wie we zijn en wat we komen doen. Ik begin zeker niet met te zeggen dat zijn of haar buur een klacht heeft, want dat komt wat bedreigend over. Ik geef aan dat de buurman of buurvrouw tot een oplossing wil komen. Soms ziet de andere buur zo’n bemiddeling niet zitten, en dan stopt het verhaal. Wij zijn er niet om hen te overhalen. Maar als de tweede buur wel achter de poging tot verzoening staat, gaan we met hem of haar eerst apart in gesprek. Niet zelden hoor je dan twee verschillende verhalen. Ieder heeft immers zijn gevoeligheden. Als de ene buur een strak onderhouden tuin heeft en de andere laat de natuur iets meer haar gang gaan, dan is het logisch dat een overhangende tak voor de ene moeilijker ligt terwijl de andere er geen graten in ziet. Soms wordt een buur als een onmogelijk persoon afgeschilderd, terwijl je daar als bemiddelaar wel heel hartelijk ontvangen wordt. Ik herinner me nog een vrouw die zelfs opgelucht was dat we aan haar deur stonden. Ze wou echt dat de ruzie opgelost zou worden.’

Neutraal terrein

Nadat Carlo beide partijen heeft gehoord, brengt hij ze samen rond de tafel. ‘Dat doen we op een neutrale plaats. In Linkebeek en Drogenbos is dat doorgaans in de raadszaal van het gemeentehuis. Gaat het om inwoners van Sint-Genesius-Rode, dan krijgen we een ruimte in woonzorgcentrum De Groene Linde ter beschikking. Het begroeten is al een belangrijk moment. Hoewel je beide buren al hebt leren kennen, moet je tonen dat je als bemiddelaar onpartijdig en neutraal bent. We zijn altijd met twee bemiddelaars. Dat is een bewuste keuze. Ik doe dat het liefst samen met een vrouw. Mannen en vrouwen pikken andere dingen op.’

Bemiddelingsgesprekken kunnen op verschillende manieren verlopen én aflopen. ‘Sommige buren zijn er na een kwartier uit, terwijl andere gesprekken soms tot anderhalf uur kunnen duren. Wij staan er wel op dat beide partijen beleefd tegen elkaar blijven en elkaar laten uitspreken. Lukt dat niet, dan houdt het voor ons op. Als bemiddelaar is het belangrijk om beide buren hun kant van het verhaal te laten doen, zelf goed te luisteren en open vragen te stellen. Niet zelden kwamen de buren vroeger wel overeen en is het zoeken waar het is fout gelopen. Dan merk je dat niet eens die blaffende hond of de overhangende takken het probleem zijn. Ooit heb ik bemiddeld voor twee neven, en die wisten eigenlijk niet eens waarom ze niet overeenkwamen. Bleek dat ze een familieruzie van de vorige generatie hadden overgenomen.’

Overeenkomsten zoeken

Bemiddelingspogingen zijn niet altijd succesvol. ‘Als we mee naar oplossingen kunnen zoeken, is onze opdracht geslaagd. Zo vernam ik van één buur dat hij achteraf met de andere samen een pint was gaan drinken. Hij voelde zich bevrijd. Als ik dat hoor, geeft me dat een goed gevoel. Ik ben er vast van overtuigd dat niemand graag in ruzie leeft. Ons doel is niet dat de twee partijen achteraf in elkaars armen vallen, wel dat ze overeenkomen. En als er een akkoord is, wordt symbolisch elkaars hand geschud. Helaas krijgen we niet elk conflict opgelost. Neem nu dat de ene buur een hond heeft en de andere kan niet tegen het geblaf, dan is een vergelijk vinden niet vanzelfsprekend. Beslist een van de buren om juridische stappen te nemen, dan staken wij onze verzoeningspoging. Wij zijn geen juristen of rechters. Overeenkomsten worden nooit op papier gezet, wel gaan beide partijen engagementen aan. Onze bemiddelingen zijn waardevol, net omdat we op die manier burenruzies uit de juridische sfeer kunnen houden. Wijkagenten en vrederechters zijn vragende partij dat wij eerst bemiddelen.’

Gemiddeld neemt Carlo jaarlijks een zevental bemiddelingspogingen voor zijn rekening. ‘Toen vrienden van mij vroegen om te bemiddelen, heb ik dat geweigerd. Ik zou geen neutraliteit uitstralen. Soms kom ik mensen voor wie ik heb bemiddeld achteraf nog tegen. Ik ga hen niet vragen hoe de zaken er nu voor staan, maar ze mogen mij dat natuurlijk wel vertellen.’

Tekst: Jelle Schepers
Foto: © Tine De Wilde
sjoenke juni 2022