Gemeenschapskrant

Kunstenaarsdorp Linkebeek: Chantal Dassonville

06/09/22

Tot voor kort was Chantal Dassonville bouwmeester voor de Federatie Wallonië-Brussel. Een job die ze meer dan 15 jaar met hart en ziel gedaan heeft. Ze vertelt met veel passie over architectuur vanuit haar woning in Linkebeek.

©Tine De Wilde

Hoe zou je je missie als bouwmeester omschrijven?

Chantal Dassonville: ‘Eerst coördineerde ik meer dan 20 jaar de realisatie van culturele gebouwen zoals de Hallen van Schaarbeek, MACS (Museum voor de Hedendaagse Kunsten van de Federatie Wallonië-Brussel), het Varia Theater, Cinema Palace in Brussel ... Daarnaast was ik verantwoordelijk voor het toekennen van subsidies voor culturele gebouwen, sportfaciliteiten en infrastructuur voor jeugdzorg en voor het herdenken van het subsidiëringssysteem voor onze schoolgebouwen. Op welke manier kunnen zij bijdragen tot een verhoging van de kwaliteit van ons onderwijs? Het is een vraag die me nauw aan het hart ligt en waarover ik heel wat denkwerk heb verricht. In al die jaren ben ik bewust gaan nadenken over hoe we de kwaliteit van onze openbare gebouwen kunnen verbeteren. In die periode heb ik veel opgestoken over wat architectonische kwaliteit werkelijk is. Samen met mijn team was het mijn ambitie om als bouwmeester die kwaliteit te realiseren.’

Op welk project ben je het meest trots?

‘MACS. Het werd erkend als UNESCO-erfgoed. Dat museum werd opgericht op de site van de steenkoolmijn in le Grand-Hornu. Er zijn meerdere redenen waarom ik spontaan aan dat project denk. Het was een heel avontuur om dit uitdagende project om te zetten naar een resultaat waar we trots op konden zijn. In Wallonië zijn de geesten over hedendaagse kunst en architectuur niet altijd even progressief. We zijn de uitdaging als een trio aangegaan. Met Laurent Busine (de directeur van het museum), Pierre Hebbelinck (de architect) en mezelf, de opdrachtgever. Tussen ons is er een interessante synergie ontstaan. Ken je Laurent Busine? Hij is een bekend figuur in Franstalig België. Je kan hem vergelijken met Jan Hoet in Vlaanderen.’

Waarom werd Pierre Hebbelinck als architect gekozen?

‘Hij benadert architectuur als poëzie. In zijn creaties voel je een diep inzicht in de menselijke natuur. Samen met een groot respect voor het verleden en een feeling voor het hedendaagse; hij verzoent de twee. In zijn constructies krijgt het verleden een eerbare plaats, zonder dat het het heden in de weg staat. Een van zijn recentste werken is het onthaalpaviljoen van het Kasteel van Gaasbeek.’

Wat is volgens jou de essentie van architectuur?

‘Architectuur is de kunst om kwalitatieve ruimtes te creëren die je uitnodigen om te leven. Ze liggen in het verlengde van de handelingen die je in die ruimtes stelt: wonen, koken, studeren, sporten, werken ... Het is de kunst van de synthese en soberheid. Een succesvol architecturaal project is ontdaan van nutteloze vormen of materialen. Het dient de mens en zijn omgeving en staat in functie van zijn ervaring. Die principes hebben me geleid bij het kiezen van het commissariaat voor het Belgische paviljoen op de Architectuurbiënnale in Venetië. Een opdracht die ik om de vier jaar voor de Franstalige Gemeenschap deed en die me veel voldoening gaf.’ ‘In onze discipline is duurzaamheid een steeds belangrijker begrip geworden, in de brede betekenis van het woord: het verantwoorde gebruik van materialen én de levensduur van het gebouw. Een gebouw dat de tijd trotseert, zowel omwille van zijn degelijkheid, aanpassingsvermogen, als tijdloze schoonheidsnormen. Het is die som die maakt of je constructie duurzaam is of niet.’

Veel van onze gebouwen beginnen steeds meer op elkaar te gelijken. Hoe kijk jij naar die trend?

‘Onze samenleving heeft geen echte architectuurcultuur. De meeste mensen kopen een huis zoals een auto. Alsof ze een standaardmodel uit een catalogus kiezen. Ze denken dat architectuur enkel weggelegd is voor grote openbare projecten en de rijksten. Nochtans hebben we in België een rijke traditie van kwalitatieve publieke gebouwen en sociale huisvesting die dankzij architecten zoals Maxime Brunfaut, Antoine Pompe en Victor Bourgeois, leider van de avant-gardebeweging, tot stand kwam. Mijn team en ik hebben geprobeerd om architectuur toegankelijker te maken. Een van de publicaties die we uitbrachten, heeft niet toevallig de titel: Wie is er bang van de architectuur? Vandaag zie ik heel wat huizen waarvan de architectuur als doel heeft om te imponeren. Die huizen ogen mooi op papier, maar je durft er haast niet in te leven. Die stijl heeft niets te maken met de dienende functie van architectuur.’

Welke architecten inspireren jou?

‘Dat zijn er heel wat. Bijvoorbeeld Ludwig Mies Van der Hohe. Van hem komt de uitdrukking Less is more. Het werk van de Finse architect Alvar Aalto is eveneens fascinerend; zijn ruimtes vloeien in elkaar over en hij gebruikt natuurlijke vormen. De hedendaagse Chinese architect Wang Su creëert moderne gebouwen waarbij gebruik wordt gemaakt van traditionele materialen en oudere technieken. Hij weet traditie en innovatie perfect te combineren.’

Het lijkt alsof jouw huis volgens die visie geconcipieerd werd.

‘Wij hebben er inderdaad voor gekozen om de oorspronkelijke betonnen muren te behouden. Ze maken deel uit van de geschiedenis van ons huis. Verder zijn we voor een minimalistische stijl gegaan. Ik gebruik die term in zijn letterlijke betekenis. De 90 vierkante meter waarover we beschikken benutten we zo optimaal mogelijk. We kozen voor een aantal heel persoonlijke accenten, zoals de rode en zilveren ingrepen op het plafond van de kunstenaar Jean Gilbert. De verlichtingsarmaturen zijn unieke stukken. Henriette Michaux ontwierp ze speciaal voor deze woning.’

Sinds augustus ben je officieel met pensioen. Welke nieuwe horizonten wil je in je nieuwe levensfase verkennen? ‘Ik ben erg geïnteresseerd in keramiek. Ik werk met klei in mijn moestuin. Ik zou graag verder experimenteren met mijn creativiteit, dus ik ben ingeschreven voor een cursus. Ik ben ook geboeid door het werk van Anni Albers. Zij was een Duitse textielkunstenares en grafica die de grenzen tussen traditionele ambacht en kunst aftastte. Haar kleurenpallet zit juist, ook de textuur en de combinatie van ruw en glad. Met haar stoffen maakt ze een schriftelijk statement.’

Ga je job als bouwmeester missen?

‘Het team waarmee ik werkte wel. Maar ik krijg veel vrijheid in de plaats. In die nieuwe fase van mijn leven spelen de hiërarchie, de wetmatigheden van een ministerie en speculaties van mensen geen rol meer. Dat ervaar ik als een bonus.’

Heb je nog dromen?

‘Natuurlijk. Momenteel kan je mijn droom als volgt samenvatten: een duurzame overdracht van waardevolle kennis en inzichten van de oudere naar de jongere generatie.’

Tekst: Nathalie Dirix
Foto: © Tine De Wilde
Uit: sjoenke september 2022

Meer nieuws

  • Vacature

    Vacature theatertechnieker

    14/09/22

    Wij zijn op zoek naar een theatertechnieker voor GC de Zandloper in Wemmel en de centra van vzw 'de Rand'. Interesse? Laat het ons weten!

  • Gemeenschapskrant

    Site Felix De Boeck omgedoopt tot FeliX Art & Eco Museum

    06/09/22

    De officiële opening van de gerestaureerde hoeve van Felix De Boeck in juni was meteen het moment waarop de museumsite werd omgedoopt tot een Art & Eco Museum. Kunst blijft belangrijk, maar natuur en erfgoed komen op gelijke hoogte te staan.

  • Gemeenschapskrant

    Veerle Malschaert en haar innerlijke Pippi Langkous

    06/09/22

    Er zit een Pippi Langkous in ieder van ons. Daar is comédienne Veerle Malschaert zeker van. In haar nieuwe show ‘Je suis Pippi (dans le kakka)’ wil ze ook haar publiek daarvan overtuigen.