Gemeenschapskrant

Laurent Busine

09/11/22

Vele jaren stond Laurent Busine aan het hoofd van musea in Wallonië. Hij wordt wel eens vergeleken met Jan Hoet. Niet omdat zijn karakter op dat van Jan zou lijken. Wel omdat ook hij stenen in de rivier van de hedendaagse kunst verlegde. Sjoenke sprak met hem over dat onuitputtelijke onderwerp kunst.

© Tine De Wilde

Hoe ben je in Linkebeek beland?

‘Door mijn partner Catherine die hier een huis heeft. Ik moet toegeven dat het in het begin wat wennen was. Ik ben een stadsmens. Ondertussen ben ik erachter dat ik met de trein op 10 minuten in Brussel-Centraal ben. Ik hou van Brussel. Zo’n diverse stad. Ik ontdek er nog steeds buurten die ik niet ken. Maar de stad waaraan ik mijn hart verloren heb, is Venetië. 25 keer ben ik er geweest. In 1995 was ik er voor de Biënnale van Hedendaagse Kunst, als commissaris voor België.’

Laten we het over je artistieke loopbaan hebben. Hoe is die ontstaan?

‘Ken je het verhaal van Obelix die in een ketel met toverdrank viel? Wel, iets gelijkaardigs is mij overkomen. (lacht) Thuis werd ik ondergedompeld in een artistiek bad. Mijn vader was kunstenaar. Zie je dat schilderij daar? Dat is zijn zelfportret. En dat werk aan de muur is het laatste schilderij dat hij in 1976 gemaakt heeft. Mijn interesse voor kunst kwam op een heel natuurlijke manier. Ik herinner me dat thuis veel kunstenaars op bezoek kwamen.’

Je bent sinds enkele jaren met pensioen. Als je terugblikt, wat vind je dan je voornaamste realisatie?

‘De expo La beauté insensée. In het Nederlands Te gekke schoonheid. Het was een verzameling van tekeningen van mensen die in psychiatrische instellingen verbleven. De arts Hans Prinzhorn is zich voor hun werken beginnen teinteresseren. Hun tekeningen waren uit noodzaak ontstaan. Als overlevingsmechanisme. Uit de tekeningen die hij verzamelde, is onze expo geboren. Die vond plaats in de Palais des Beaux-Arts van Charleroi. Het was een tentoonstelling die bij mij twee belangrijke vragen opriep. Eigenlijk zijn het de kernvragen die je je als curator bij elke tentoonstelling zou moeten stellen. Heb ik het recht om die werken te tonen? En hoe kunnen we ze tonen op een manier die zowel de maker als het publiek respecteert?’

‘Die expo heeft een enorme indruk op me gemaakt. Het waren werken die niet aan de klassieke, artistieke normen beantwoordden. Zo was er een werk waarin God afgebeeld stond in de zolen van een schoen. Het was overweldigend om te zien wat de tekeningen bij sommige mensen losmaakten. Ik zag mensen die wenend naar buiten gingen. Zo diep raakten sommige beelden het publiek.’

Heeft die tentoonstelling jouw kijk op kunst veranderd?

‘Niet meteen op kunst, maar wel op de manier hoe kunst door het publiek ontvangen wordt. We zijn nogal geneigd om te denken dat je om kunstenaar te kunnen zijn aan het beeld van een ‘fantaisist’ of zonderling moet beantwoorden. Een beetje zoals Vincent van Gogh die zijn oor afsneed. Niets is minder waar. Die buitensporigheden zijn helemaal niet noodzakelijk. Essentieel is dat het werk uit een bepaalde noodzaak geboren wordt. Dat maakt het tot kunst.’

‘Iedereen is er in zijn of haar leven toe in staat om één kunstwerk te maken. Dat kan een tekstje zijn dat iets fundamenteels uitdrukt. Of een tekening die weet te raken. Maar dat is nog iets helemaal anders dan kunstenaar zijn. Het kunstenaarschap vraagt een enorme toewijdig. Als er iets is dat ik geleerd heb in mijn loopbaan, dan is het wel dit: echte kunstenaars zijn dag in dag uit bezig met hun artisitieke discipline. Ze werken non-stop. Ze blijven doorgaan en zichzelf vernieuwen.’

Wat is volgens jou de belangrijkste functie van een museum?

‘Een museum is de plek waar werken die een bepaalde tijdsgeest weergeven, bewaard blijven. Maar het is eveneens de plaats waar werken een dialoog met het publiek tot stand brengen. Neem nu de Madonna’s die Giovanni Bellini schilderde. Die zijn zoveel jaar later nog steeds in staat om iets op te roepen bij mensen. Je moet die werken de tijd geven om ze op je in te laten werken. Zodat je afstand kunt nemen van de zaken die ze spontaan bij je oproepen als mens uit deze tijd. Het is een gegeven dat elk van ons verschillend is en dus op een andere manier naar kunstwerken kijkt. Dat maakt kunst net zo interessant. Hoe individueler onze perceptie is, hoe rijker onze dialoog zal worden. Enkel om die uitwisseling van gedachten tot stand te brengen, hebben we musea nodig.’ (lacht)

Je wordt wel eens vergeleken met Jan Hoet. Vind je die vergelijking terecht?

‘Jan en ik waren bevriend. De reden waarom we met elkaar vergeleken worden, is omdat we allebei een museum voor hedendaagse kunsten gecreëerd hebben. Hij het SMAK in Gent en ik het MACS (Musée des Arts Contemporains) in de oude mijnsite Le Grand Hornu in Henegouwen. Onze karakters zijn nochtans heel verschillend. Jan was heel gedreven en leefde in een hoog tempo. Ik heb meer nood aan rust om te kunnen creëren. We wisten dan ook dat het geen goed idee zou zijn om samen een expo op te zetten. Daarvoor was onze vriendschap te belangrijk.’

Als directeur van het MACS organiseerde je vernissages voor de buurtbewoners en gaf je uitleg over de kunstwerken bij de mensen thuis. Waarom?

‘Om de mensen die rond het museum woonden bij onze missie te betrekken. Een museum is geen meteoriet die uit de lucht komt vallen. Je wil dat het deel uitmaakt van de omgeving en ook een beetje van de mensen is. Voor mij mag kunst allesbehalve elitair zijn. Kunst is er om mensen te verwonderen. Dus wil je die kunst dicht bij de mensen brengen.’

Welke gedachte slaagt er volgens jou in om de essentie van kunst te vatten?

‘Kunst is niet minder complex dan de rest van ons universum.’ (lacht)

Tekst: Nathalie Dirix
Foto: © Tine De Wilde
Uit: sjoenke november 2022

Meer nieuws

  • Vacature

    Vacature (eind)redacteur gemeenschapskranten - vervangingscontract

    15/11/22

    Ben of ken jij de deeltijdse (eind)redacteur gemeenschapskranten die we zoeken voor de periode januari 2023-juni 2023? Lees verder!

  • Gemeenschapskrant

    The Policed speelt The Police

    09/11/22

    Een reünietournee in 2007 buiten beschouwing gelaten, hield de Engelse band The Police al op te bestaan in 1984. Zanger Sting is ondertussen 71. Dankzij de Nederlandse tributeband The Policed klinken hits als Roxanne en Message in a bottle vandaag live nog net zoals toen.

  • Gemeenschapskrant

    Oekraïense vluchtelingen voelen zich welkom door inspanningen van OCMW en opvanggezinnen

    09/11/22

    De Oekraïense vluchtelingencrisis betekent voor het OCMW van Linkebeek vandaag nog altijd extra werk. Al deze inspanningen zijn niet voor niets geweest. ‘Mede dankzij de steun van het OCMW hebben wij hier in Linkebeek een huisje kunnen huren’, getuigen Oekraïners Viacheslav en Tamara Koval.