Von Karman Institute viert 70e verjaardag
06/10/26
Stillere drones, efficiëntere windturbines en nieuwe technologie voor de ruimtevaart: na 70 jaar heeft het Von Karman Institute (VKI) in Sint-Genesius-Rode zijn onderzoeksveld fors verbreed.
Op de foto: onderzoeksdirecteur Philippe Planquart
Het is intussen 70 jaar geleden dat de Amerikaanse ingenieur en wetenschapper Theodore von Kármán langs de Waterloosesteenweg in Sint-Genesius-Rode van start ging met het onderzoekscentrum, dat bij zijn dood in 1963 meteen naar hem werd vernoemd. Wat begon als een instituut dat zich vooral bezighield met aerodynamica, is vandaag een internationaal onderzoeks- en opleidingscentrum. Het telt 160 medewerkers en ontvangt jaarlijks honderden studenten, doctoraatsstudenten en onderzoekers uit de hele wereld. Het VKI beschikt over meer dan 50 experimentele installaties. Tot de blikvangers behoren onder meer de hypersonische windtunnel Longshot en DRAG-ON, een infrastructuur voor ruimtetechnologieën in zeer lage banen rond de aarde.
Drones op grotere schaal inzetten
Na al die jaren gaat het het VKI nog altijd voor de wind. ‘Het aantal medewerkers is op 10 jaar met 60 % toegenomen. En vergeleken met 2018 zijn onze inkomsten verdubbeld’, zegt onderzoeksdirecteur Philippe Planquart. ‘Die groei weerspiegelt zich in de verbreding van het onderzoek. In de beginjaren focuste het VKI zich louter op aerodynamica, maar intussen zijn we met zoveel meer bezig. Met milieu en duurzame energie bijvoorbeeld. Zo onderzoeken we bijvoorbeeld hoe windturbines en vliegtuigmotoren efficiënter én stiller kunnen werken. We bestuderen ook hoe we waterstoftechnologie verder kunnen ontwikkelen en hoe ruimtevaarttechnologie efficiënter kan. Daarnaast onderzoeken we windenergie op zee, de weerbaarheid van infrastructuur en de inzet van artificiële intelligentie voor engineering.’
Een van de onderzoeken die vandaag tot de verbeelding spreekt, is dat naar drones. Het VKI ontwikkelt technologie om professionele drones en toekomstige vliegende taxi’s stiller te maken en onderzoekt hoe drones veiliger en autonomer kunnen worden. Volgens professor Christophe Schram is dat geen overbodige luxe. ‘Het gebruik van drones is de laatste jaren sterk opgekomen. Het lawaai van drones wekt bij veel mensen irritatie op. Ons onderzoek zorgt ervoor dat ze stiller worden, maar daar blijft het niet bij. We doen onderzoek naar het detecteren van drones, zodat ze niet op plekken komen waar ze niet horen te zijn. In de omgeving van vliegvelden en industriële sites bijvoorbeeld’, zegt Schram. ‘De technologie moet er uiteindelijk voor zorgen dat drones op grotere schaal kunnen worden gebruikt zonder dat geluidsoverlast of veiligheidsrisico’s de toepassingen beperken. Voor de inspectie van windturbines op zee of voor het droppen van medicijnen en het verkrijgen van strategische informatie in oorlogsgebied.’
Strategische troef
Al het onderzoek aan het VKI wordt mee mogelijk gemaakt door de Belgische overheid. Zo maakt Defensie jaarlijks 10 miljoen euro vrij. ‘Het VKI is een strategische troef voor Defensie en onze bondgenoten’, stelt defensieminister Theo Francken (N-VA). ‘We trekken jaarlijks 10 miljoen euro aan financiering uit om het onderzoek veilig te stellen en verder uit te bouwen.’
Die financiering komt boven op de steun van het Belgische Federaal Wetenschapsbeleid en 14 NAVO-lidstaten. Daarnaast haalt het VKI inkomsten uit onderzoeksprojecten die het samen met de industrie, ruimtevaartagentschappen en internationale academische instellingen uitvoert. (JS)
Tekst: Jelle Schepers
Foto: © JS
Uit: sjoenke oktober 2026