Een warme thuis voor kinderen met autisme
05/02/26
Niet iedere Linkebekenaar kent het instituut La Maison langs de Hollebeekstraat. Tijd om daar verandering in te brengen. Voor 12 kinderen met een zware vorm van autisme staat La Maison alvast gelijk aan een warme thuis.
Een witte, alleenstaande woning halfweg in de Hollebeekstraat, aan de rechterkant, als je van Linkebeek centrum komt. Daar kan je La Maison vinden. Een echt huis, dus. En ook een thuis voor 12 kinderen met autisme. ‘Het instituut vangt al vele jaren personen met een beperking op’, vertelt Cathy Siefers (61), al een 10-tal jaar directeur van La Maison. ‘Zeker niet altijd kinderen met zwaar autisme en een grote intellectuele achterstand, zoals dat nu het geval is. We bieden residentiële opvang aan: de kinderen verblijven hier van maandag tot vrijdag, ook ’s nachts. Ze hebben elk hun eigen kamer in het hoofdgebouw. Sommigen slapen hier ook in het weekend. Voor sommige ouders is het te zwaar om hun kind ieder weekend thuis te hebben. Je mag de impact op de gezinnen niet onderschatten.
‘We redden ons wel, al is het soms creatief zijn'
Ook zijn er kinderen die hier door de rechter geplaatst worden om uiteenlopende redenen en die niet naar huis mogen, voor hun eigen welzijn. Sommige ouders mogen wel op bezoek komen, bij anderen is zelfs dat uitgesloten.’
Pictogrammen en gebaren
De erkenning en subsidies vanuit de Vlaamse overheid – het Vlaams Agentschap voor Personen met een Handicap om precies te zijn – tonen aan dat La Maison een gerespecteerde instelling is. Officieel kunnen kinderen van 3 tot 21 jaar er terecht, al schetst de praktijk een ander beeld. ‘We hebben een groep van kinderen tussen 6 en 8 jaar en een groep met adolescenten tussen 14 en 17 jaar’, verduidelijkt psycholoog Anaïs Vandermeersch (41), geboren en getogen in Linkebeek. ‘Dat vraagt een aangepaste aanpak. De jongsten hebben meer begeleiding nodig. De ouderen kunnen al iets meer zelfstandig aan de slag, al zijn er bij hen andere uitdagingen, zoals de puberteit. Voor een doorsnee jongere is het al moeilijk om daarmee om te gaan. Als je, zoals onze jongeren, geen woorden kan gebruiken om die nieuwe gevoelens uit te drukken, dan is het extra zwaar.’
‘Iedereen denkt dat mensen met autisme geen affectie tonen, maar dat klopt niet’
In La Maison zijn er zo goed als geen kinderen die kunnen spreken. ‘We werken vooral met pictogrammen en gebaren om hen iets duidelijk te maken. De betekenis daarvan leren we hen aan. Dat vergt wel wat tijd. Vaak moeten we hen echt tonen wat ze moeten doen. Routine en structuur helpen om te begrijpen wat er van hen verwacht wordt’, vertelt Anaïs. ‘Sommigen zijn daarin sterker dan anderen. Logisch, want elk kind is anders. Elk hebben ze hun eigen specificiteit. Sommigen kunnen zo goed als geen lawaai verdragen, bij anderen is het net andersom. Dat vraagt een verschillende aanpak.’
Ieder dag staat een uitgebreid team van medewerkers paraat om de kinderen in de beste omstandigheden op te vangen. ‘Het team bestaat uit gespecialiseerde opvoeders, een opvoedster met opleiding psychomotoriek, een psychologe, een logopediste, een verpleegkundige en 2 nachtbegeleiders. Met daarnaast een administratief-boekhoudkundige medewerker en 2 logistieke krachten die instaan voor het onderhoud en voor het klaarmaken van de maaltijden’, vertelt Cathy. ‘Heel wat mensen, en dat is nodig. Ons centrum is immers het hele jaar open, 7 dagen op 7 en de klok rond. In de kerst- en de paasvakantie en in de maanden juli en augustus gaan de kinderen, als de situatie het toelaat, een week naar huis. Die bezoeken zijn belangrijk om de familiebanden te onderhouden. En onze medewerkers moeten ook hun vakantie kunnen nemen.’
Geduld en liefde
Het is volgens Anaïs best een pittige en veeleisende job. En dat komt niet alleen door de intense begeleiding. ‘Door hun autisme en mentale beperking weet je niet altijd hoe de kinderen reageren. Soms antwoorden ze ook niet. Geduld is een belangrijke eigenschap. En toch is het een fijne werkomgeving. De medewerkers vormen een hecht team. Er is weinig verloop en we kunnen altijd op elkaar rekenen. En van de kinderen krijgen we zeker liefde. Iedereen denkt dat mensen met autisme geen affectie tonen, maar dat klopt niet. Sommige kinderen kruipen op onze schoot, anderen zijn dan weer iets meer afwachtend. Zoals eerder gezegd: ieder kind is uniek. Daarom ook is iedere opvoeder toegewezen aan één kind. Dat zorgt voor een sterke band.’
Maar hoe ziet een doordeweekse dag in La Maison er eigenlijk uit? De dag begint zoals in ieder gezin: de kinderen wekken, aankleden en ontbijt geven. ‘Dat gebeurt natuurlijk met de nodige begeleiding. Op elke van onze twee verdiepingen is er een badkamer, en daar is altijd een begeleider aanwezig. Eten doen we beneden in de eetruimte; we hebben er twee’, legt de directeur uit. ‘Als de ochtendroutine is afgerond, begeeft iedereen zich naar het andere gebouw. Daar hebben we onder meer enkele klasruimten. Hoewel de kinderen door hun beperking geen onderwijs moeten volgen, willen we hen toch zinvolle en stimulerende activiteiten aanbieden. Dat kan van alles zijn. Zo hebben we ruimten waar de kinderen kunnen knutselen, sporten, koken, opdrachtjes doen … We trekken er ook vaak op uit. Naar het zwembad in Waterloo, een therapiesessie met paarden in Anderlecht, een speciale snoezelruimte in Zellik … We gaan zelfs naar de film, waar we de hele zaal afhuren. Ook in Linkebeek kan je ons tegenkomen. Vaak wandelen we rond de vijvers of in het Schaveyspark. Of we doen samen boodschappen of gaan iets drinken. Iedere dag is er een activiteit in de voormiddag en in de namiddag. Het is belangrijk dat de kinderen bezig blijven en zich niet vervelen. Daarom zijn we ook zo dankbaar voor onze buitenruimte. De speeltoestellen vinden de kinderen geweldig. We hebben zelfs een groentetuin. Binnen hebben we nog een speelruimte en een televisiehoek. Daar kunnen de kinderen zich na het avondeten ontspannen. En rond 20 uur is het tijd om naar bed te gaan.’
Moeilijk afscheid nemen
Een rondgang door de gebouwen en de tuin van La Maison leert dat er ruimte zat is. ‘Daar hebben we echt veel geluk mee. Dat het om een huis gaat, zorgt bovendien meteen voor gezelligheid en een warm gevoel. We richten het ook zo in’, zegt Cathy. ‘De site is trouwens eigendom van de vzw. Zulke gebouwen huren in Linkebeek zou onhaalbaar zijn. Werkingsmiddelen krijgen we via de Vlaamse overheid. Het geld voor de lonen wordt geïndexeerd, de rest niet. We redden ons wel, al is het soms creatief zijn. Bijvoorbeeld door meubilair tweedehands aan te kopen. We kunnen ook rekenen op giften, zowel in geld als in spullen. Zo komt er van de buren geregeld iets binnen. We hebben een goede band met hen. Met La Maison zijn we goed geïntegreerd in Linkebeek. Al stellen we wel vast dat veel Linkebekenaren ons nog niet kennen.
La Maison is nochtans een plek waar het verschil wordt gemaakt. ‘Met goede zorg en begeleiding willen we de kinderen stimuleren. Niet met de bedoeling dat ze later ergens kunnen gaan werken, dat is te hoog gegrepen’, zegt Anaïs. ‘Maar wel om in zekere mate autonoom te functioneren en te kunnen communiceren. We kunnen de kinderen hier niet voor eeuwig opvangen. Ze blijven hier 3 tot 4 jaar of meer. Vaak gaan ze nadien naar een ander centrum, omdat we voelen dat ze nood hebben aan een nieuwe omgeving. Om die overstap vlot te laten verlopen, is er veel voorbereiding nodig. De ouders, met wie we sowieso iedere 3 maanden samenzitten, worden daar uiteraard zeer nauw bij betrokken. En we bezoeken het potentiële nieuwe centrum meermaals, want we willen weten of er eenzelfde mentaliteit is als hier en of ze er goed terecht komen. Zelfs als aan al die voorwaarden is voldoen, is afscheid nemen nooit gemakkelijk.’
Tekst: Jelle Schepers
Foto: Tine De Wilde
Uit sjoenke februari 2026