Tom Smets bijna twee jaar korpschef in politiezone Rode
05/12/25
‘We gaan voor een hechte band met de inwoners’
Al bijna twee jaar zit Tom Smets (54) in het zadel als korpschef van politiezone Rode, waar naast Sint-Genesius-Rode en Drogenbos ook Linkebeek deel van uitmaakt. Met de uitrol van een informatienetwerk, de extra focus op wijkwerking en psychologische begeleiding voor zijn politiemensen heeft hij zijn eigen accenten kunnen leggen.
In februari is Tom Smets twee jaar korpschef in PZ Rode. Op die tijd heeft hij al een en ander in beweging kunnen zetten. Zo is het aantal wijkinspecteurs toegenomen, van acht naar binnenkort tien. ‘Ik hecht veel belang aan wijkwerking. Onze wijkagenten moeten gekend zijn in de straat en makkelijk aanspreekbaar zijn. Onze burgers moeten weten hoe en waar ze met hen in contact kunnen komen’, verduidelijkt Smets. ‘We geven wijkagenten de tijd om aanwezig te zijn in de straat, aan de scholen, op lokale evenementen … Zo houd je als politie de vinger aan de pols.’
Cybercriminaliteit in de lift
En toch kampt het korps met een personeelstekort. ‘Net zoals alle politiezones in Halle-Vilvoorde hebben wij een tekort aan mensen. De voorbije twee jaar hebben we een stevige inhaalbeweging gemaakt. Maar de instroom is nog altijd onvoldoende voor de dienstverlening die we willen leveren. Dat heeft meerdere redenen. Onze ligging helpt ons niet. Je moet jongeren niet alleen warm zien te krijgen om voor het beroep te kiezen, maar ook voor de streek. En het is geen geheim dat de woningprijzen hier enorm hoog liggen. De nabijheid van Brussel speelt ook niet in ons voordeel. Politiewerk in Brussel gaat er anders aan toe dan hier, en dat spreekt jongere mensen meer aan. Omdat onze politiezone bestaat uit drie faciliteitengemeenten, moeten inspecteurs het Frans machtig zijn. Dat schrikt sommige Nederlandstalige kandidaten af. Nog een moeilijkheid is dat kandidaat-inspecteurs een Nederlandstalig diploma moeten kunnen voorleggen. Franstaligen die het Nederlands goed beheersen, kunnen hier niet aan de slag, tenzij ze een taalattest kunnen voorleggen. Maar dat is niet vanzelfsprekend. Alles samen maakt dat de vijver om uit te vissen zeer klein.'
‘Veel mensen zijn beschaamd om cybercriminaliteit te melden, maar het kan echt iedereen overkomen’
Een goed bemand korps is nochtans van belang, onder meer om diverse criminaliteitsfenomenen te bestrijden. ‘Het aantal inbraken ligt aanzienlijk lager dan enkele jaren geleden. We zien een duidelijke verschuiving naar digitale criminaliteit. Vorig jaar kregen we 158 meldingen van cybercriminaliteit. Voor dit jaar zitten we midden november al aan 170 aangiftes. En dat is nog maar het topje van de ijsberg. Elke dag zijn er slachtoffers, met zowel kleine als grote bedragen. Maar veel mensen zijn te beschaamd om dat te melden, al is dat voor niets nodig; het kan echt iedereen overkomen. Wij als lokale politie noteren deze meldingen, maar daarmee lossen we niets op. De cybercriminaliteit uit de wereld helpen is onbegonnen werk. Maar we geven ons zeker niet gewonnen en zetten in op preventie. De mensen waarschuwen en alert maken en hen vragen om na te denken. En als je twijfelt, vraag dan hulp aan een naaste of aan de politie.’ Om al die tips tot bij de bevolking te krijgen, organiseert de politie informatiemomenten. ‘We beginnen op 16 december met een proefsessie over cybercriminaliteit. We houden die in het woonzorgcentrum van SintGenesius-Rode. Veel van de bewoners hebben een smartphone om berichtjes te sturen, maar verder kennen ze er doorgaans niet veel van, en dat maakt hen kwetsbaar. Nadien is er ook een infomoment voor de kinderen van de bewoners. Uit cijfers blijkt dat vooral de 55-plussers slachtoffer zijn van cybercriminaliteit. Met deze infosessies willen we uiteindelijk zo veel mogelijk inwoners van de gemeente bereiken.’
Netwerk van alerte inwoners
Na een kleine twee jaar voelt Smets zich al helemaal thuis in politiezone Rode. Een lokaal politiekorps was nieuw voor hem, al is hij wel politieman in hart en nieren. Zo was hij onder meer actief bij de rijkswacht en de federale gerechtelijke politie. En voor zijn overstap naar PZ Rode stond hij aan het hoofd van de luchtvaartpolitie. ‘Ik ben blij dat ik nu op het lokale niveau het beste van mezelf kan geven. In een politiezone kan je de inwoners echt leren kennen. Zeker in een kleinere politiezone als de onze, waar de organisatie nog beheersbaar is en waar je uit eerste hand nog te weten komt wat de bekommernissen zijn. We gaan voor een hechte band met de bevolking, we willen de mensen zo transparant en goed mogelijk informeren. Op die manier nemen ze zelf sneller preventieve maatregelen én reageren ze alerter als er iets niet pluis is.’ Net daarom is de politie in het voorjaar begonnen met een overkoepelend informatienetwerk. Via de app buurtpreventie24 kunnen inwoners en handelaars van de drie gemeenten de politie én elkaar inlichten als ze iets verdachts opmerken. ‘Door snel informatie te verspreiden, verhoogt de kans op het tegengaan en oplossen van misdrijven. En je voorkomt er ook mee dat er foutieve informatie de ronde doet, wat vaak gebeurt via sociale media. Via het informatienetwerk hebben we al zaken kunnen oplossen. Alleen ligt het aantal leden nog veel te laag. Het zijn er nog geen 300, terwijl de drie gemeenten samen ongeveer 30.000 inwoners tellen. We moeten de bekendheid ervan nog verhogen om zo tot een echt netwerk te komen van mensen die alert zijn én informatie delen.’
Machocultuur is verleden tijd
De nieuwe korpschef zet zich overigens niet enkel in voor de inwoners van de politiezone. Ook het mentale welzijn van zijn eigen mensen staat voorop. ‘Bij de speciale eenheden heb ik mental coaching ingevoerd, en dat heeft zeker zijn vruchten afgeworpen. Iedereen moet zich veilig voelen en zichzelf kunnen zijn in het korps. Daarom hebben we iedereen psychologische ondersteuning aangeboden. En die geldt zeker niet enkel na zware incidenten op het terrein. Ik wil dat iedereen weet en voelt dat ze met hun problemen bij iemand terecht kunnen. Intussen is iedereen minstens één keer langsgegaan. Ongeveer de helft van de medewerkers heeft aangegeven dat ze er iets aan hebben en dat ze al een opvolggesprek hebben gehad of ingepland. Het stemt me tevreden dat dit positief onthaald wordt. Zelf krijg ik enkel informatie door als bepaalde situaties impact hebben op de werking van het korps, maar dat is zelden het geval. Binnen het korps heerst een goede sfeer en een groot samenhorigheidsgevoel. Het merendeel van de problemen waarmee onze mensen zitten, is van persoonlijke aard. Goed dat velen daarover durven en willen praten. De tijd van de machocultuur bij de politie is voorbij. Emoties mogen getoond worden.’
Tekst: Jelle Schepers
Foto: Tine De Wilde
Uit: sjoenke december 2025