Gemeenschapskrant

Filmmaker Marc-Henri Wajnberg

05/12/22

Vanuit hartje Linkebeek maakt Marc-Henri Wajnberg films waarmee hij heel de wereld weet te bereiken. Of hij daarvoor een gouden regel hanteert? ‘Respect hebben voor je onderwerp.’

© Tine De Wilde

Welke film heeft jouw passie voor cinema aangewakkerd?

‘Een film die in mijn jonge jaren een grote indruk op me maakte, is Le ballon rouge. Het is het verhaal van een jongen die op weg naar school een rode ballon die vasthangt aan een lantaarnpaal tegenkomt. Hij maakt hem los, neemt hem mee naar school en later naar huis. Ze worden onafscheidelijk.’ ‘Ook Le cerf-volant au bout du monde is me altijd bijgebleven. Een groep kinderen vindt een vlieger met een boodschap uit China. Het wordt het begin van een ontdekkingsreis door China. Daar heb je meteen de magie van cinema. Film laat je nieuwe werelden ontdekken. Als ik meerdere levens had, zou ik als ontdekkingsreiziger terugkeren.’ (lacht)

Jij hebt meerdere films over Kinshasa gemaakt. Wat spreekt je aan in die stad?

‘Het toeval bracht me in Congo. Een vriend van mij is manager van Congolese muzikanten. Toen een bepaald project niet langer door kon gaan, kreeg ik tijd vrij in mijn agenda. Zo ontstond het idee om een film over muzikanten in Kinshasa te maken. Toen ik daar 12 jaar geleden voor het eerst aankwam, raakte ik meteen gefascineerd door de chaotische energie van die stad. Ook door de warme menselijkheid die ik er aantrof. Het leven is er zo anders. Alles is moeilijk, maar tegelijkertijd ook mogelijk. De stad fascineerde, maar choqueerde me ook. Zeker als ik zag hoeveel kinderen er in de straten leefden. Ik kon niet begrijpen dat dit mogelijk was. Om het fenomeen te begrijpen, heb ik met heel wat kinderen, ouders, opvoeders en politieagenten gesproken. Ik kwam erachter dat het vaak kinderen zijn die door hun familie verworpen worden of voor wie de ouders geen tijd hebben.

Vandaag zijn er maar liefst 35.000 kinderen die in de straten van de Congolese hoofdstad proberen te overleven. Ze hebben het niet alleen fysiek heel moeilijk, ook mentaal leveren ze een strijd. Vaak worden hun allerlei duivelse krachten toegeschreven. Lokale priesters proberen die via exorcisme uit te drijven, wat voor veel van die jongeren traumatiserend werkt. De schrijnende toestanden die ik er ter plaatse zag, lieten me niet los. In 2012 maakte ik er mijn eerste film Kinshasa Kids, over een groep straatkinderen die de kracht van muziek ontdekken. Samen met een volwassen muzikant vormen ze een band. Die krijgt de naam Le diable n’existe pas. Dankzij de muziek nemen ze hun leven in eigen handen.’

Waarover gaat je laatste film I am Chance?

‘Het gaat over het hectische leven van een groep meisjes die in de straten van Kinshasa leven. Het hoofdpersonage Chancelvie en haar vriendinnen leiden een hard bestaan. Ondanks al hun moeilijkheden slagen ze erin om met een glimlach en veerkracht in het leven te staan. De film geeft je een goed beeld van de kleurrijke, artistieke en vibrerende megalopolis die Kinshasa is. De stad is zelf een personage. Ze telt duizenden ritmische stemmen die, samen met die van Chancelvie en haar vriendinnen, een levenslustig koor vormen. Ze laten hoopvolle klanken weerklinken te midden van ellendige toestanden.’

Wat heb je van je ontmoetingen met straatkinderen geleerd?

‘Dat ze over een buitengewone levensenergie en creativiteit beschikken. Het volstaat om hen te begeleiden en aandacht te geven en er ontstaan prachtige zaken. Zoals kostuums die ze uit weggeworpen blikjes maken.’

Je maakte ook een documentaire over de architect Oscar Niemeyer. Waarom?

‘Ik ben gefascineerd door personen met een passie. Oscar Niemeyer was een van de productiefste architecten van de 20e eeuw. In de documentaire leer je hem kennen als iemand die vervuld was van het socialistische ideaal en vrouwelijke schoonheid. Tijdens de Braziliaanse dictatuur is hij naar Frankrijk gevlucht. Daar bleef hij voor zijn idealen en uit liefde voor zijn land een strijd leveren.’

Over welke thema’s zou je nog een film willen maken?

‘Ik wil nog films maken over mensen die door een ideaal bewogen worden. Momenteel werk ik aan een animatiefilm voor kinderen. Het gaat over een kleine planeet die zich naast onze aarde bevindt. Ze krijgt al het afval van de aarde te verwerken. Het verhaal is een metafoor die op een humoristische manier vertelt hoe onze westerse wereld met afval omgaat. Het scenario is klaar. Nu nog de financiering.’

Wat is voor jou een belangrijk principe bij het maken van een film?

‘Je wil respect hebben voor je onderwerp. Dat is je vertrekpunt. Je kan niets forceren. Dat is essentieel om de authenticiteit van je onderwerp in beeld te brengen.’

Kan je zelf nog door een film geraakt worden?

‘De documentaire van Raoul Peck I am not your negro heeft mij geraakt. Je bent getuige van de geschiedenis van het racisme in de Verenigde Staten en de strijd van de burgerrechtenactivisten. De film toont hallucinante toestanden en doet je beseffen dat de strijd nog verre van gestreden is.’

Je productiehuis is gevestigd op het gemeenteplein van Linkebeek. Waarom die locatie?

‘Ik heb lang in Ukkel gewoond en kende Linkebeek vrij goed. Door een magnifiek toeval kon ik mijn productiehuis hier vestigen. Ik hou erg van het landelijke karakter van Linkebeek. Mensen kennen elkaar hier nog. We hebben hier ook alles wat we nodig hebben. Er is een klein warenhuis, een slagerij, een boekenwinkel, een bakker, een apotheek ... Het zijn kleine zaken en dat maakt hen net charmant.’

Stel dat je een film over Linkebeek zou maken, welke sfeer zou je dan oproepen?

‘Twintig jaar geleden zou ik de communautaire spanningen in de kijker geplaatst hebben. Maar vandaag zou ik vooral het artistieke karakter van onze gemeente benadrukken. Dit is niet alleen de plek waar André Delvaux gewoond heeft, maar ook de plek waar vandaag nog steeds heel wat artistieke zielen de rust komen opzoeken.’

www.wajnbrosse.com

Tekst: Nathalie Dirix
Foto: © Tine De Wilde
Uit: sjoenke december 2022

Meer nieuws

  • Gemeenschapskrant

    Kat met laarzen

    05/12/22

    'Kat met laarzen' gaat over een jongen in een marcelleke – Marcel – die als erfenis van zijn vader een kat krijgt. Niet meteen zijn gedroomde cadeau. Tot blijkt dat die kan toveren, en hem uiteindelijk aan een kasteel en prinses helpt.

  • Gemeenschapskrant

    Comp. Marius gaat op zoek naar echte liefde in 'Anatole'

    05/12/22

    De liefde. Het is een onderwerp waarover je uren kunt praten. Je kunt er ook een komisch theaterstuk over maken zoals Comp. Marius deed met 'Anatole'. Zijn de acteurs er zelf wijzer door geworden? ‘De liefde is niet te begrijpen. En dat is maar goed ook.’

  • Gemeenschapskrant

    Kijk! Een vogel

    05/12/22

    Begijn Le Bleu is beroepsvogelaar geworden. In de vogelvertelling Kijk! vertelt hij honderduit over de geneugten van het kijken naar vogels in de natuur. Le Bleu blikt ook vooruit naar het Grote Vogelweekend op 28 en 29 januari, wanneer Vlamingen vogels tellen in hun tuin om de tuinvogelpopulatie in kaart te brengen.