‘Arno was eigenlijk een échte poëet’
05/01/26
La Fête d’Arno
In april 2026 is het vier jaar geleden dat Arno ons verliet. Je kunt daar droevig over doen, maar je kunt ook zijn spirit via zijn muziek tot leven brengen. Dat is wat La Fête d’Arno op 6 februari in de Moelie komt doen.
Kun je jullie band even voorstellen?
Jan De Ruyter: ‘La Fête d’Arno bestaat uit vier doorgewinterde muzikanten: Carlo Van Belleghem op bas, Jan Samyn aan de piano, Dave Wyns op gitaar en Marcus Weymaere op drums. Al lachend zeg ik vaak: onze muzikanten zijn top, mij moet je als zanger erbij nemen.’ (lacht)
‘Ik startte in 1992 toevallig als zanger – ik noem het liever singertainer – van een coverband. Zo leerde ik Carlo Van Belleghem kennen. Tussen ons klikte het meteen. Het is dankzij zijn reputatie en breed netwerk in de muziekwereld dat wij zo’n band van topniveau konden samenstellen.
Hoe zijn jullie op het idee gekomen om met een tributeband als eerbetoon voor Arno te starten?
‘Eerst en vooral omdat wij de nummers van Arno gewoonweg graag spelen. Wij beleven er plezier aan. Maar daarnaast wilden wij ook een hommage brengen aan Arno: aan zijn muzikaliteit, zijn authenticiteit en zijn onevenaarbare eigenzinnigheid. Arno was echt uniek. Tijdens televisieprogramma’s kon hij ontzettend grappig en gevat uit de hoek komen. Al had hij vaak een houding van je m’en fous, hij zei ook heel doordachte dingen.’
‘Hij bleef altijd volledig zichzelf. Als iets hem niet aanstond, trapte hij het af. Je kon niet met hem sollen, hij speelde geen rolletje. Hij was wie hij was. Ik herinner me nog een televisieshow met Marcel Vanthilt, waarin hij op een vraag gewoon antwoordde: ‘Moet ik daarvoor naar hier komen?’ en meteen weer vertrok. Dat was Arno ten voeten uit.’
Jullie spelen klassiekers als O la la la (C’est magnifique), Putain Putain, Willie Willie en Je veux nager. Brengen jullie ook nummers uit zijn latere periode, zoals Solo Gigolo, Quelqu’un a touché ma femme of Je veux vivre?
‘Nog niet. Dat komt vooral omdat ik die songs associeer met de periode waarin Arno ziek was. Ik kon het gewoon niet over mijn hart krijgen om naar zijn laatste optreden te gaan. Het was te confronterend om Arno, die voor mij altijd een toonbeeld van pure muzikale kracht was, zo breekbaar op het podium te zien staan. Maar het lijkt erop dat wij binnenkort ook zijn laatste nummers in ons repertoire zullen opnemen. Wordt dus zeker vervolgd.’ (lacht)
Hoe moeilijk of makkelijk is het voor jou om Arno’s nummers te brengen?
‘Laat me één ding duidelijk maken: ik heb nergens de ambitie om Arno te imiteren. Zoals hij is er maar één. Ik probeer hem dan ook op geen enkele manier na te doen. Ik breng zijn muziek gewoon op mijn eigen manier, zoals ik die voel en beleef. En ik heb het geluk om dat te doen met een schitterende band. Het is vooral dankzij hun virtuositeit dat wij erin slagen de geest van Arno weer tot leven brengen.’
Met welke nummers heb jij zelf een sterke persoonlijke band?
‘Ik heb een enorme liefde voor La vie est une partouze. Het is zo’n typisch Arnonummer: rauw, ironisch en vol eigenzinnigheid. Het beschrijft het leven als een chaotisch, intens en wild avontuur, waarin verwarring en plezier hand in hand gaan. In zijn korte, krachtige zinnen schuilt veel levenswijsheid.
J’suis bien, bien avec rien Mais mieux avec peu
Je bois, je bois quand je veux
Je paye quand je peu
J’accepte l’hiver, j’aime bien l’été
With you is een andere favoriet van mij. Dat nummer barst van de energie. Meestal begint het publiek al te klappen vanaf de allereerste noot. Ook in dit nummer zijn de lyrics zo typisch Arno:
I love you like
I never Loved anyone else before
I know all this sounds cliché
Mor men grotvader zeit dat Ook tegen men mémé
Les yeux de ma mère blijft een van zijn meest geliefde nummers. Waarom raakt dat lied zo veel mensen, denk je?
‘Omdat het zo echt en zo herkenbaar is. Het komt recht uit zijn hart. Hij schreef het uit grote dankbaarheid voor zijn moeder. Wat hij erin vertelt, klopt ook als een bus. Hij vat de essentie van het moederschap op een prachtige manier samen:
Ma mère elle m’écoute toujours Quand je suis dans la merde Elle sait quand je suis con et faible Et quand je suis bourré comme une baleine
C’est elle qui sait que mes pieds puent C’est elle qui sait comment j’suis nu Mais quand je suis malade Elle est la reine du suppositoire
Hoe heb jij de muzikant Arno door de jaren heen zien evolueren?
‘Hij begon als blueszanger, maar toen hij in de jaren 80 met T.C. Matic doorbrak, was hij all over the place. Zijn muziek was energiek, wild en onweerstaanbaar. Je kon er je volledig in uitleven. Ik heb me laten vertellen dat hij bij de overgang van T.C. Matic naar zijn solocarrière zichzelf omschreef als een chansonneur des charmes ratés (lacht). Eén ding staat vast: zijn leven mocht dan chaotisch zijn, op het podium was hij een en al professionalisme.’
Arno is intussen bijna vier jaar niet meer onder ons. Hoe voelt de Belgische muziekscene zonder hem?
Ik mis hem. Zijn echtheid, zijn authenticiteit, zijn wijsheid. Hij laat een grote leegte na. Ik ken niemand die zijn plaats kan innemen.
Overdag ben jij actief in de zakenwereld als vastgoedmakelaar. Is dat geen harde overgang om ’s avonds op het podium de wereld van rock-’n-roll binnen te stappen?
‘Helemaal niet. In de twee werelden ben ik helemaal mezelf. Ook in mijn professionele rol zeg ik waarop het staat.’
Wat maakt de muziek van Arno los in jou?
‘Arno staat voor mij symbool voor vrijheid, en dat is ook wat ik in mijn leven nastreef. Ik heb altijd voor vrijheid gekozen. Kom ik in situaties terecht waarin ze mij in een keurslijf proberen te duwen of proberen te manipuleren, dan kies ik voor mijn vrijheid.’
‘Zijn muziek geeft me bovendien de kans om emoties de vrije loop te laten. Zingen en dansen op het ritme van Arno’s nummers werkt bevrijdend. En laten we ook niet vergeten te genieten van de schoonheid waarmee hij het leven beschreef. Hij wist de essentie van dingen in pakkende woorden te vatten. Eigenlijk was hij een échte poëet.’ (lacht)
Tekst: Nathalie Dirix
Uit sjoenke december 2025