Overslaan en naar de inhoud gaan

Gemeenschapscentra Gemeenschapskrant vzw 'de Rand'

Viskwekerij wil serre van weleer heropbouwen

11/12/25

De viskwekerij aan het Dwersbos houdt zich al langer bezig met amfibieën, maar dat gebeurt niet in ideale omstandigheden. De bouw van een serre moet daar verandering in brengen. Op zaterdag 24 januari is er een bezoekersdag en kunnen buurtbewoners de plannen inkijken.

I n de viskwekerij van het Instituut voor Natuur- en Bosonderzoek (INBO) draait het al lang niet meer enkel rond het kweken van vissen. De naam van deze in Vlaanderen unieke plek is niet voor niets al even veranderd naar ‘Onderzoekscentrum voor Aquatische Fauna’. De aandacht gaat naar al wat in en ook rond het water leeft. ‘We voeren al een tijd onderzoek naar amfibieën’, vertelt coördinator Johan Auwerx. ‘Zo hebben we op een jaar tijd zowat 18.000 vroedmeesterpadden gekweekt, wat veel meer was dan beoogd. En op tal van plekken hebben we ze uitgezet in de natuur. Soms ver van huis, soms dichterbij, zoals in het natuurgebied aan Den Bocht in Linkebeek.’

Buurt informeren en betrekken

Om al die amfibieën groot te brengen, is er natuurlijk ruimte nodig. Die is er momenteel niet, en het onderzoekscentrum heeft een plan om dat opgelost te zien. ‘Tot in de jaren 90 stond er naast ons gebouw een glazen serre. Die werd in de jaren 50 opgetrokken om kennis op te doen over de kweek van tropische vissen voor in Congo’, weet Auwerx. ‘De serre had veel charme maar verkeerde in slechte staat. Je moet weten dat de site aan het verkommeren was voor de overheid alles in de jaren 80 heeft overgenomen. De afbraak van de serre was onvermijdelijk, en de bedoeling was om op dezelfde plek een kleine loods op te trekken. Dat plan werd afgevoerd na onder meer bezwaren door de buurt.’ Nu, jaren later, is de tijd rijp voor een nieuwe poging. ‘We hebben het idee van een loods verlaten en we gaan voor een serre, net zoals vroeger. Het zou gaan om een serre met een vloeroppervlakte van 135 m2 , waarschijnlijk in twee lagen. Vlaanderen heeft al de nodige middelen uitgetrokken, de architecten zijn aangesteld en de plannen zijn doorgesproken met de gemeente. We willen graag de buurt informeren over en betrekken bij dit project. Daarom zullen we het ontwerp voorstellen op een bezoekersdag op zaterdag 24 januari. Pas nadat de buurtbewoners goed op de hoogte zijn, dienen we de aanvraag voor de vergunning in. Bij het ontwerp is er veel aandacht gegaan naar de integratie van de serre in het mooie landschap hier. We hopen dat de serre in 2027 klaar voor gebruik is.’

‘De nieuwe serre is vooral een goede zaak voor onze amfibieën’

Padden en salamanders

De serre zal de omstandigheden van de kweek van de amfibieën er sterk op doen vooruitgaan. ‘De kweekbassins van de amfibieën zijn momenteel ondergebracht in een tunnelserre en in een stokoud en niet geïsoleerd bijgebouwtje elders op de site naast de kweekvijvers. We gebruiken zelfs van die blauwe opzetbare zwembaden. Allemaal verre van ideaal’, zegt Auwerx. ‘Onze kweekresultaten zijn wel goed, maar het is niet vanzelfsprekend om de waterkwaliteit te meten. Constante monitoring is nu onmogelijk. Als het echt koud is of veel regent, is het soms de vingers kruisen en hopen dat alles goed gaat. In de serre zullen er plekken zijn waar de amfibieën in alle rust en in prima omstandigheden kunnen overwinteren. Daarnaast is er nog voldoende plaats voor ons wetenschappelijk onderzoek en onze kweekprogramma’s. Behalve de vroedmeesterpad zullen we er ook de rugstreeppad, de kamsalamander en de knoflookpad kweken. Vooral die laatste soort is bedreigd en was zelfs bijna uitgestorven. Enkele jaren geleden waren er nog maar twee kleine populaties in Limburg. Door inspanningen gaat het al iets beter met de knoflookpad, maar we zijn er nog lang niet.’ Veel aandacht voor de amfibieën dus, al hoeven de vissen zich zeker niet achtergesteld te voelen. ‘Op het einde van het terrein bevindt zich een loods enkel voor de kweek van vissen. Die is bijna 30 jaar oud en is inmiddels aan vervanging toe’, gaat Auwerx verder. ‘Door de vele nieuwe vissoorten barst de hal uit haar voegen. Zo is er een intensief programma voor de modderkruiper aan de gang. De nieuwe hal wordt iets groter, al blijft de vloeroppervlakte wel gelijk en komt er geen bijkomende verharding. Alle technische installaties komen binnen de vier muren, wat het uitzicht ten goede zal komen. Er zijn misschien niet veel woningen in de buurt, maar er loopt wel een wandelweg naast de site. Voor onze medewerkers wordt het comfortabeler werken. Nu moeten we soms uren buiten in de kou staan, bijvoorbeeld om dode foreleitjes van de levende te scheiden. Binnen is dat toch net iets aangenamer. De vervanging van de loods hopen we in een tweede fase te realiseren, in 2028 of 2029. Die fasering is nodig om onze werking niet in het gedrang te brengen.’

Bekend en onmisbaar

Dat het anno 2025 goed gaat met het onderzoekscentrum in Linkebeek, mag duidelijk zijn. Nochtans zag het er een tiental jaar geleden even benard uit. ‘We dreigden toen onze werkingsmiddelen kwijt te spelen en bleven nog maar met twee medewerkers over’, herinnert Auwerx zich. ‘Gelukkig zijn we erin geslaagd om het tij te doen keren. We hebben ons zowel bekend als onmisbaar kunnen maken. Vroeger lag de focus op wetenschappelijk onderzoek, nu komen we naar buiten met wat we doen. Onze werking is vrij uniek in West-Europa. Er is samenwerking met collega’s in onder meer Wallonië, Nederland, Duitsland en het Verenigd Koninkrijk. We zien de opdrachten toenemen, ze kijken vaak in onze richting als het om bedreigde soorten gaat. Intussen zijn we met 28 medewerkers, van wie er 6 permanent op de kwekerij werken. Op 30 jaar tijd is de kwaliteit van de waterlopen in Vlaanderen sterk verbeterd, maar dat betekent niet dat ons werk voorbij is. Er zijn nog uitdagingen genoeg, onder meer door de toenemende droogte, wateroverlast, vervuiling …’

Tekst: Jelle Schepers
Foto: Tine De Wilde
Uit: sjoenke december 2025

Meer nieuws

  • Gordel mee op 6 september!

    10/08/26

    Kom mee gordelen en ontdek, proef en beleef de Vlaamse Rand op zijn mooist. Iedereen is welkom, jij ook!

  • Op vakantie in iemand anders’ huis

    09/07/26

    Huisruil is een mooie vakantieformule die te vaak over het hoofd wordt gezien. Jempi en Yolande De Cooman uit Sterrebeek hebben decennialange ervaring als huisruilers.

  • Linkebeek zet inhaalbeweging in

    09/07/26

    Met de eerste deelwagens en deelfietsen en een resem extra laadpalen lijkt in Linkebeek de broodnodige inhaalbeweging richting duurzame mobiliteit ingezet. De veiligheid voor fietsers op Linkebeekse wegen laat nog te wensen over. Een studie moet aan het licht brengen waar het beter kan. Op de fietssnelweg is het nog even wachten.

    De benzine- of dieselauto meer aan de kant laten staan of vervangen door een elektrische (deel)wagen of fiets moet ook in Linkebeek mee zorgen voor een lagere uitstoot van broeikasgassen. Al werd het de Linkebekenaar de voorbije jaren niet echt gemakkelijk gemaakt.

    Zo kon je als eigenaar van een elektrische wagen maar beter zelf een laadstation hebben thuis. De eerste laadpaal kwam er in 2017 op de hoek van het Gemeenteplein en de Stationsstraat, niet veel later gevolgd door een paal met twee laadstations op de parking achter GC de Moelie. Daar bleef het lange tijd bij. Voor wie de jaarlijkse rapportage van de doelstellingen binnen het Lokaal Energie- en Klimaatpact (LEKP) er de laatste jaren op nasloeg, leek er nochtans geen vuiltje aan de lucht. Het tegen 2030 beoogde percentage was nagenoeg behaald, al was er een scheeftrekking in de berekening door de plaatsing van enkele ultrasnelladers aan het tankstation Q8 langs de Alsembergsesteenweg.